Kunst

De valse kwast

Geert Jan Jansen's 'Magenta, avonturen van een meestervervalser'


door Sofie van der Sluis


  Ik herinner me een oude kerk ergens in het vlakke Noord-Holland, die dienst deed als atelier. Het was nevelig en het vroor. Het groen van de weilanden zag grijs en de kerk rees donker op uit de kale velden er omheen. Na wat onhandig geklungel met spuitbussen, te grote kwasten en stukken karton, hadden mijn vriendje Jasper en ik al snel genoeg kunst gemaakt voor die dag en trokken we de bevroren velden in om het ijs op de slootjes te testen.
Op een boerderij vlakbij werd een kalf geboren en wij keken samen met Geert Jan gespannen toe, geïntrigeerd door het bloederige tafereel. Bij thuiskomst zal ik mijn ouders langer aan het hoofd gezeurd hebben over de geboorte van dat kalf dan over het atelier, de verf en de kunstwerken die daar gestaan moeten hebben. Als ik toen ouder was geweest en minder druk bezig met de verbazing over de wereld om me heen, had ik me nu misschien kunnen herinneren waar de vader van mijn buurjongen op dat moment mee bezig was. Maar wat weet een kind van kunst? Van Karel Appel, Picasso, Asger Jorn? Van echt en vals?

In 1994 werd Geert Jan Jansen door de Franse politie opgepakt als 'de grootste vervalser van deze eeuw'. Tijdens de zes maanden die hij verbleef in het huis van bewaring te Orléans en de twee jaar die hij daarna verplicht in die stad doorbracht, noteerde hij zijn levensverhaal in de hoop dat de verkoop van het manuscript voldoende geld zou opleveren om zijn advocaat te betalen.
Onlangs verschenen de memoires van Geert Jan Jansen 'Magenta, Avonturen van een meestervervalser'. Of het schrijven van een boek een lucratieve bezigheid is, betwijfel ik. Wat ik wel weet is dat ik verschillende boekhandels langs moest om een exemplaar te bemachtigen. Blijkbaar zijn nogal wat mensen gefascineerd door de permeabele scheidslijn tussen genialiteit en criminaliteit.

appel
Werk van een sjacheraar?
Genie of Sjacheraar
De boekverkoper vroeg me of ik dacht dat de anekdotes in het boek wel echt zouden zijn, in tegenstelling tot de kunstwerken die Jansen jarenlang aanbood aan galeriehouders en veilingmeesters. Alsof het er wezenlijk toe doet. Voor een goed verhaal geldt immers hetzelfde als voor een goed schilderij: de impact die het heeft, houdt niet altijd verband met de echtheid ervan.
Hoewel het boek van Jansen onderhoudend is en regelmatig iets weg heeft van een thriller of een detective die voor de verandering eens vanuit het perspectief van de dader is geschreven, wordt de nieuwsgierigheid van de lezer slechts gedeeltelijk bevredigd. Want wat willen de mensen weten van een vervalser? De lezer wil meer dan bloedstollende anekdotes over blauwe lampen die de versheid van verf onthullen, over complimenteuze politiemannen en corrupte galeriehouders, over grootschalige veilingen en het begraven van beelden – hoe vermakelijk en soms stuitend die verhalen verder ook zijn. Want hoe kijkt de meestervervalser nu aan tegen zijn criminele praktijken? Beschouwt hij zichzelf als een misdadiger? Ziet Jansen als hij in de spiegel kijkt een sjacheraar die wanhopig probeert het hoofd boven water te houden? Ziet hij een genie dat zich verbaast over zijn eigen gave? Of beschouwt hij zichzelf als een revolutionair die de kunstwereld te kakken zet door zowel zogenaamde experts als de kunstenaars zelf een loer te draaien?

appel
Een echte Appel! (Dat zegt Karel in ieder geval)
De vraag naar nep
Het moet vaak buitengewoon geestig geweest zijn om de ogen van handelaars te zien oplichten bij het zien van een door Jansen gefabriceerde Picasso of Hockney. Hilarisch als Karel Appel voor de zoveelste keer de echtheid van een vervalsing van Jansen bevestigde. In Magenta wordt wederom bevestigd wat velen al vermoeden: veel handelaars zijn eigenlijk niet geïnteresseerd in de echtheid van kunst. Als ze maar voor echt kunnen doorgaan en dus voor grof geld kunnen worden verkocht. Een goede vervalsing wordt voor een schijntje op de kop getikt en dat betekent een flinke winstmarge. Handelaren zijn misschien juist wel erg blij met vervalsing…

"Op het terras van café Flore vertelde Adriaan dat hij in Amsterdam een gouache van mij te koop aanbood. De galeriehouder had gezegd: 'Dat is een prachtige Jorn, die moet afkomstig zijn van Geert Jan Jansen!'"

Voelde Jansen zich gevleid als kenners zijn werk voor echt aanzagen? Als andere kunstboeven zijn handel graag afnamen omdat die niet van echt te onderscheiden was?
De discussie die gevoerd zou kunnen worden over echtheid en vervalsing, over de pretentie en arrogantie van de kunsthandel, over democratisering van de kunst en de kansen voor jonge kunstenaars, neemt in Magenta niet de prominente plaats in die deze wellicht verdient. Hier en daar staat een korte weergave van een gesprek over een verwant onderwerp maar een compleet beeld van de opvattingen van de meester zelf, moet de lezer zelf destilleren uit de puzzel van losse uitspraken en discussies.
Geestig die weergegeven gesprekken vaak wel. Neem bijvoorbeeld het verslag van het verhoor door een inspecteur uit Stuttgard. Deze inspecteur legt tijdens het verhoor een grote bewondering voor Jansen's kunde en materiaalkennis aan de dag.

chagall
Chagall. Pfff. Kinderspel
" We kregen het over de kunsthandel in het algemeen. De hoge prijzen en het merkwaardige verschijnsel dat een paar kunstenaars wereldberoemd worden en anderen niet. De laatste ontwikkelingen in fotokopieerapparaten, lasertechnieken en andere zaken.
Binnen tien jaar zal het nadrukken van een litho van Picasso. Miro of Chagall kinderwerk zijn, concludeerden we.
Het was een aardig gesprek. Volgens mij ging het over de democratisering van de kunsthandel. We waren het over veel dingen eens. Grafiek is van oorsprong bedoeld om kunst te verspreiden tegen lage prijzen. Met de nieuwe technieken zijn de mogelijkheden bijna onbeperkt. Er kunnen enorme oplagen gemaakt worden. 'De prijzen van grafiek gaan kelderen,' zei ik. 'Dat zou een goede zaak zijn,' beweerde hij. 'Hoe meer kopieën en nadrukken op de markt komen, hoe beter het is. Het is zelfs te hopen dat de prijzen gaan zakken! Pas daarna zal de kunsthandel zich opnieuw gaan interesseren voor het werk van jonge kunstenaars. Wie niet beroemd is, krijgt nu geen kans. Het is vaak ten onrechte en niet eerlijk.'
Ik zat met mijn oren te klapperen. 'Eigenlijk is het heel nuttig wat u hebt gedaan', voegde hij er nog aan toe. Het waren revolutionaire woorden, zeker voor een politieman. Mevrouw de procureur zei niet veel, ze zat vol bewondering te kijken. Dat was nog het mooiste. 'Waarom zit ik hier dan?' vroeg ik."


Lees Verder

Film
Muziek
Politiek
Literatuur
Wetenschap
Human Interest

 

Jorn
Dit is een Jorn