WB artikelen  Henrik Henegouws Hellevaart
Deel 9: Sinterklaas kapoentje
 
Auteur:

Categorie:

Datum:


Gelijk in kerstsfeer – Alweer een jaar, gezwind van sint tot sint – De lichtjes lichten – Alle onzin heeft een zin – Is Henrik een voyeur ?



"Als twee dingen ongelijk zijn, dan zijn ze niet hetzelfde. Dus als ze gelijk zijn, dan zijn ze hetzelfde. Toch? Heb ik je, hè? Alle mensen zijn gelijk, één en dezelfde."
Hij lachte gierend.
"Ik is jij, jij is ik. Niks geen vrijheid, nergens blijheid. Allemaal één, allemaal ikken. Vooruit met me geit! En maar glijden, meneer! D'r wordt me wat afgegleden in de wereld, allemaal dezelfde, zo zie ik dat. Oog om oog, tand om tand."
De man maakte een rondje met zijn linker wijsvinger en duim, kneep zijn linkeroog dicht, trok een pruimenmondje en haalde loom een vettig zwart bevlekte rechter middelvinger door het gaatje heen en weer. Een paar handen als kolenschoppen. Hij liet zijn schouders zakken, wiegde heen en weer en begon brommend te zingen: "Sinte'klaas kapoentje, trap met me lere' schoentje, een wortel in je aarsje, wham bam Sinte'klaa'sje …"
Diana's ogen spogen vuur. Henrik zag dat wel, maar hij negeerde het. Hij trok een pakje cigaretten uit zijn binnenzak en klopte er een paar omhoog.
"Cigaret?" vroeg hij.

De dag was bij voorbaat van donker en nacht al vergeven.

De man droeg een versleten zwart leren jack, met op de revers vijf van die doodskopspikes, een afgetrapt stel Nikes en een vale en gescheurde spijkerbroek. Zijn gulp stond open, zag Diana, en hij stonk. Een smerige mengeling van urine, alcohol en verrotte vis. Je kon bijna zien hoe afbraak en verval uit al zijn gaten walmden. In grijsbruine pluimen.
Ze liep snel een paar meter verder.
Henrik leek van de stank geen last van te hebben.
Die ruikt nog minder dan een lantaarnpaal, dacht ze, en heel even voelde ze toch iets van tederheid.


 
Ze stonden op de Middenweg bij een tramhalte, op weg terug naar huis, na de Sinterklaasborrel bij Diana's uitgever, die, toen hij een paar geleden vader werd, besloten had het nieuwe boekjaar voortaan op de vijfde december in te luiden.
Tezamen met zijn auteurs, redacteurs, de secretaresse, de accountant en alle kroost. Onder het motto "Gezwind van Sint tot Sint". Met surprises, versjes, drank en het traditionele 'limited edition' relatiegeschenk uit eigen stal.
Het stak Diana dat hij haar in al die jaren nog steeds niet voor het schrijven van dat boekje gevraagd had. Al haar stille hints en wenken ten spijt. Die waren zonder weerklank gebleven.
"Ik ben te degelijk," zei ze bij zichzelf. "Diana Dromvers is niet hot genoeg. Diana Dromvers is niet controversieel. Diana Dromvers haalt geen talkshows meer, en ook die enge vent laatst, van de Privé, die had zo iets van 'Diana who ?' ... Ieder jaar de nieuwe Diana Dromvers, daar valt geen uitgever zich een buil aan. Zekere omzet, maar zonder opzien. Dat is waar 'm de schoen knelt. Zonder opzien. Enkel omzet …"
Het was over vieren, koud, grijs en nat. "De dag is bij voorbaat van donker en nacht al vergeven," dacht Diana en ze nam zich voor dat straks toch even te noteren.
In de straat lichtten de lichtjes al, maar ook daar werd ze niet vrolijker van.
Ze keek naar Henrik, die een stuk verderop nog steeds naast die vieze kerel stond, te roken, met een hand in de binnenzak van zijn regenmantel. Dat gelal aan het opnemen, natuurlijk, met dat eeuwige microfoontje van 'm.
"Wat hebben we eigenlijk nog gemeen, na die dertien jaren?" dacht ze.
Twee stille tranen slopen door het mascara op haar wangen en trokken daar kronkelend twee spoortjes, als de regen in het stadsstof op de ruiten van de abri.
Dertien jaar en niet eens nageslacht. Even snikte Diana, en ze voelde een novelle wellen. Dat verzachtte haar pijn een beetje. Dan was het tenslotte allemaal toch nog ergens goed voor.

"In alle onzin zit zin," zei Henrik. Hij wiegde traagjes een bel Franse cognac en keek bedachtzaam uit het raam over de gracht, waar net twee motorbootjes vol als zwarte pieten verklede meiden passeerden. "Onzin is niet de ontkenning van zin, het is zijn omkleding én zijn transcendentie. En ook omgekeerd. Jij zou dat toch moeten weten, schat, met al die kennis van historische kunsten van je!"
Hij draaide zich om, en liep op Diana toe, die in het rode fauteuiltje bij de kachel zat.
"Voor mij is dat allemaal materiaal. Ik wil het allemaal horen, allemaal registreren. De tekst, maar ook het geluid. Je weet toch dat het daar is, dat muziek en tekst mekaar ontmoeten? Voor mij als muzikant, als componist, is dat es-sen-tieel. Geluid is de medaille. Tekst en muziek dat zijn de kanten. Zo zijn ook zin en onzin de twee kanten van één medaille. Ik wil die medailles. En misschien is het wel dezelfde. Soit. Maar dan moet ik weten wat er op de randjes staat! Dat moet je toch kunnen begrijpen … Jij, of all people …"
Hij boog zich over haar heen.
Hij fluisterde.
"Ik heb je nodig, Diana. Zonder jou lukt het me nooit."
Ze draaide zich om, en duwde hem weg.
"Ik geloof je niet meer, Henrik," zei ze. "Ik geloof er niks van, dat jij mij nodig hebt. Ik merk er niks van, dat jij mij nodig hebt. Ik zie er niks van, dat jij mij nodig hebt. Ik betwijfel zelfs of jij mij nog wel ziet, man!"
Ze huilde zachtjes.
"Hè, toe nou!" bromde Henrik verstoord.
"Zie je wel," riep Diana, "je wil me zelfs niet hóren. Alles en iedereen wil je horen, voor alles en iedereen een oor: voor de bakker, de slager, de stoephoer en de buurtjunk. En alles en iedereen maar registreren. Je hangt dag en nacht aan de lippen van de wereld. Maar wanneer hang je nog eens aan die van je eigen vrouw? En dan bedoel ik dat nog letterlijk ook. Verdomme. Ik kan er niet meer tegen, hoor je!"
Ze stond op en liep naar het buffet.
Diana was geen drinkster. En pas toen hij haar daar zo bij de kast zag staan, hoe ze onhandig de dop van een fles whisky schroefde, met trillende handen een glas volschonk, en dat in twee, drie teugen leegde – inclusief de gemeenplaatsige hoestaanval – begon het tot hem door te dringen dat het dit keer misschien wel menens was.
"Ik ken je niet meer, Henrik. Jij bent een voyeur geworden, Henrik, een toekijker," zei Diana, "zelfs al doe je het dan met je oren, je begrijpt wat ik bedoel, ik weet niet hoe dat heet. Je wil overal boven op en dichtbij, maar altijd zonder je handen vuil te maken. Alles van een afstand, lekker tweedimensionaal. Al die subjecten en onderwerpen van je, dat zijn allemaal plaatjes in je plaatjesboek. Volgens mij zit je je tegenwoordig ook honderd keer liever bij één van die vunzige pornobanden van je af te rukken dan dat je het met mij doet. Dat is cleaner, hè, meneertje? Dat hoor je en dat zie je, maar het vraagt niks, hè, en dat hoeft van jou niks te horen. Dat zweet niet, hè, dat plakt niet en dat ruikt niet, hè, wat jou? … Hen-rik He-ne-gouw?"

 
Henrik stond als aan de grond genageld, in zijn hand de bel cognac, maar die wiegde al lang niet meer. Hij keek naar Diana, die hem door haar tranen heen aankeek, en ergens op wachtte. Dat zag hij, dat ze ergens op wachtte. Maar hij wist niet waarop. Of beter: hij wist heel goed dat hij het wist, maar het was hem op het moment zelf even ontschoten. Als een woord dat op het puntje van je tong ligt en er maar niet af wil. Zo hing Henriks mond open, terwijl Diana hem al die tijd maar aankeek.
Het duurde een eeuwigheid, zo leek het, dat ze daar zo stonden, een tableau vivant met als decor een bij-de-tijds van smaak en trendy jong modieus ingerichte voorkamer op de eerste etage van een prijzig zijgrachtenpandje, dat ook nog eens helemaal van henzelf was. Buiten daalde een passagiersvliegtuig af naar Schiphol, en het zou wel heel erg mooi geweest zijn als we daarnaast enkel het tikken van de klok hadden kunnen horen, veel dichterbij nog dan het vliegtuig, als in close-up, al harder en harder (crescendo).
Maar al hun klokken waren digitaal.

[[Voetnoot van de schrijver: Om alle trouwe lezers die, nu al bijna een jaar lang, Henrik Henegouws wedervaren in de Writersblock op de voet volgen te bedanken, en in de geest van de 'relatiegeschenken' die ons traditioneel rond Kerst en Nieuwjaar zo gul en zonder winstoogmerk worden toebedeeld, stel ik, tot het verschijnen van het volgende nummer, speciaal voor de bezoekers van Writersblock, één van Henegouws allereerste geluidsmontages als een gratis ophaalbaar mp3-file ter beschikking, via een speciale WB-2004-Kado-pagina. Het stuk heet, toepasselijk, 'Xmas In Kentucky', en het duurt ruim 10 minuten. Henrik stelde het samen toen hij zich eind 2003, kort na het verlaten van de midddelbare school, vanuit het zuidelijke Limburg naar Amsterdam begaf, om zich aldaar in het muzikantenleven te storten. We vinden in 'Xmas In Kentucky' al die structurele en compositionele bijzonder- en eigenaardigheden die zo typerend zijn, ook voor zijn latere werken.
Dit is de URL: www.harsmedia.com/wb2004kado.html.
Veel luisterplezier!

 
Met J.K. Harsmans beste wensen. ]]

- wordt vervolgd -
Externe link
Harsmedia Harsman's eigen site
 

J. K. Harsman


[ Dick Raaijmakers – "The complete tape music of" ; Donald Davis in Becketts "Krapp's Last Tape" ; 365 Days – www.otisfodder.com ; David Bowie – "The man who sold the world" ; Will Guthrie – "Building Blocks" ]
 
  >>> PRINT dit ARTIKEL
  >>> Andere ARTIKELEN in deze CATEGORIE
  >>> Meer stukken van deze AUTEUR >>> Begin een DISCUSSIE over dit ARTIKEL
>>> Stuur MAIL aan de REDACTIE >>> Stuur MAIL aan deze AUTEUR >>> MAIL dit ARTIKEL door
WB magazine
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm, print, digitale duplicatie, verspreiding op het Internet of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de redactie.