WB Verkiezingsspecial 2003  Principes, passies, practica, oftewel: dertiger, ga stemmen!
 
Auteur:
R. Janssen
Categorie:
Politiek
Datum:
Januari 2003


De verbeelding aan de macht. God save the queen. De broekriem aanhalen. Wie sterk is loopt binnen. Babyboom blijft bepalen. Zie daar de geschiedenis van de Nederlandse politiek en het engagement van de afgelopen 35 jaar. Uitgezonderd een periode van een paar jaar waarin woning, kroning, ontwapening, milieu en onderwijs de maatschappelijke discussie bepaalden, zit er een constante in die lijn. Er was al die tijd één generatie aan de macht, de kinderen van de geboortegolf van na 1945. Dat heeft ons, per saldo, niet veel goeds gebracht.
Toen de rookwalmen van zestiger jaren waren opgetrokken werd het tijd voor realisme. Realisme op zijn 'seventies' dan: in een ruwe, ongeslepen vorm vol regeldwang, retoriek en rechtlijnigheid. Als ware het een excuus aan Marx, Engels en Bakoenin, trok de sociaal-democratie hard van leer als het om het verwezenlijken van idealen ging. Halfbakken idealen, want al snel werden internationale solidariteitsprincipes overboord gezet voor meer wezenlijke thema's als begeleiding voor iedereen, werk voor iedereen maar ook Torremolinos voor iedereen. Leuke uitgangspunten maar niet allemaal zo doordacht.
Toen door de oliecrisis van 1974 bleek dat de bomen niet tot in de hemel groeiden veranderde er iets in de hoofden van de linkse machtselite. Een nieuwe keuze moest gemaakt worden. Een compromis sluiten met de marktconformisten? Nee, luidde het antwoord. En Nederland geloofde het: in 1977 haalde de Partij van de Arbeid het hoogste zetelaantal ooit. Maar de tijdgeest haalde haar rechts in. Blasé geworden van het pluche waren de voormalige leden van Tien over Rood, het intellectuele partijkader, niet bedacht op de gewiekste koers van het duo van Agt-Wiegel. Hun welvaartsargumenten, bedoeld om een voet tussen de deur te krijgen op regeringsniveau, brachten de linkse partij zo in verwarring dat deze zich quasi-beledigd terugtrok in de Tweede Kamer. Deze eerste kans op een goed samenspel tussen welzijn en economisch welvaartsstreven ging dus verloren door de arrogantie van de sociaal democratische elite.

Autarkie
Voor het eerst heersten de neoliberalen op een rechtschristelijke machtsbasis. De postbabyboomgeneratie keek met verwondering toe. Opgegroeid met de voordelen van het bewustzijn van de maakbaarheid van samenleving, de waardering voor de discussie en de verlossing van de verzuiling, kreeg deze ultrajonge garde te maken met een hypocriete katholiek met een nare pukkel op zijn wang en een goed doorvoedde old boy die zijn normen en waarden uit de vijftiger jaren en zijn ego uit kapitaalwinst haalde. Dat kon niet goed gaan. Een brede groep leeftijdsgenoten trok de straat op en liet zijn stem horen. Een fel realisme kenmerkte deze protestbeweging. Het milieu en onze energievoorziening, goed en betaalbaar onderwijs, onderdak voor iedereen, volwaardige sociale voorzieningen, voor een republiek en ontwapening werden de steekwoorden van dat moment. Typische welzijnsonderwerpen. Maar in twee opzichten radicaal anders benaderd dan door hun babyboomouders die in de Kamerbankjes zaten af te wachten. De punk verscholen zich niet achter een totaalideologie en voegde de daad gewoon bij het woord. Autarkie, eigen winkels, ruilhandel, leegstaande panden omzetten in woningen en kort en strak overleggen. Voor dat wat niet meteen lukte ging men de straat op. Deze punkbeweging tooide zich met eigen symbolen en drukte zich uit via eigen kunst. De leden deden wat hun ouders nalieten: ze handelden meer dan ze overlegden.

Nix
Maar ook die generatie maakte, in al zijn jonge onschuld, een denkfout. Ian Curtis, Joy Division's jonge oude held en cultuurdrager van de protestbeweging kon prachtige desolaatheid verwoorden, maar durfde het niet aan een mooie nieuwe wereld te beschrijven. In plaats daarvan stapte hij uit het leven. Veel pubers uit die dagen wisten waar ze tegen en gedeeltelijk ook waar ze voor waren. Het overheidsbeleid verhardde totaal. Bestek'81 kwam. De cost gaet voor de baet uit. De broekriem moest aangehaald worden. Binnen de beweging bestond geen consensus over hoe ze zich verder moest ontwikkelen toen de autarkie te klein bleek om levensvatbaar te zijn. Punk viel uiteen, substromen echoden nog wat door, en de generatie postbabyboom verbubbelde in een jarenlang niets. Sommigen werden kunstenaar, en kortstondig rijk, anderen storten zich op elektronische muziek en raakten verslingerd aan de dancecultuur. De denkende elite werd yup of stortte zich op de middenkaderbaantjes bij hun babyboom-ouders. De overigen trokken zich terug in een soort eclectisch Nix, het opkomende fragmentarisme met een doomachtige zelfvernietiging omarmend. 1-0 voor de neoliberalen. En hoogtijdagen voor de VVD en het CDA. Het idee dat welvaart een middel is tot welzijn (waarbij echter onder alle omstandigheden welzijn de belangrijkste maatstaf is, ook als het minder gaat met de economie) werd als een farce afgedaan. Maar het motto werd: bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen. Wat het zou kosten deed er niet toe. En het heeft wat gekost.


De goed doorvoedde Old Boy
 
Entrepreneurschap
Tot 1990 kreeg Nederland een centrumrechtse regering met een neoliberaal beleid. Dat hield concreet in dat onderwijs, milieu, de sociale zekerheid, de democratische en ethische vernieuwing, het culturele beleid en de ontwikkelingssamenwerking van ondergeschikt belang werden geacht. Macro-economie, de staatsschuld beteugelen, de (auto)mobiliteit en meegaandheid met NAVO en de Verenigde Staten werden de peilers van wat de reactie van centrumrechts op de zestiger en zeventiger jaren was. De Young Urban Professional werd de nieuwe ideale mens.
En neem het ze eens kwalijk. Dat neoliberale partijen en bewegingen op rücksichtsloze wijze hun kans grijpen in een vrije markteconomie waar geen krachtige en geëngageerde oppositie tegenover staat is een factor waar iedere maatschappij-inrichter rekening mee moet houden. De wens tot entrepreneurschap, van lokaal tot globaal niveau is een kracht die je ook niet moet willen wegruimen. Het zijn de randvoorwaarden en beperkingen die het welzijnsdenken aan dit entrepreneurschap oplegt die uiteindelijk bepalen welke functie en welk belang al dat ondernemen krijgt. Het marktdenken behelst qua definitie niets anders dan wie het eerst komt, die het eerst maalt. Niemand moet de illusie hebben dat welzijn in deze visie meegenomen wordt. Een andere, meer humane kijk op de maatschappij hoeft dan ook niet verwacht te worden. Maar het zijn zeker niet de neoliberalen alleen die de ideale fusie tussen sociale verantwoordelijkheid en de bekostiging daarvan bleven tegenhouden in het Nederland van na de ontzuiling.

De geestelijke vader van Bestek `81
 

Spierballentaal
In de tachtiger jaren kwijnde klein links weg en fuseerde in 1990 tot GroenLinks. De PvdA ruziede over de koers. Haar elite bleef leunen op macht in wat lokale bolwerken en nam genoegen met een eigen kamerzetel voor elke voormalige coryfee. Toen het tij enigszins begon te keren, via een CDA-PvdA kabinet en later, bij een heel langzaam herstellende economie, een paars kabinet, kregen in elk geval ethiek, democratisering, cultuurbeleid en sociale voorzieningen weer wat meer aandacht. Een echo van wat ooit de hippiegeneratie bezig hield werd weer hoorbaar. De VVD als waakhond van de overheidsbegroting hield echter een grote vinger in de pap. Het speelde met de sociaal democraten en ook met de links-liberale Hans van Mierlo en zijn D'66. Old boy Wiegel bracht het kabinet zelfs naar willekeur ten val. Spierballentaal van de neoliberalen. Als altijd een teken dat het linkse politieke intellect tekort schiet. Op het punt van het meest in het oog springende flagrante falen van het landsbestuur in al die jaren, het onderwijs, werd ook nu weer geen vooruitgang geboekt. Terwijl de argumenten voor links nooit sterker waren. In een technologische samenleving als de onze kan je, zeker sinds de internetrevolutie, je economische winst halen door te zorgen voor een goed midden- en hoger kader in de tertiaire en quartaire sector. Aandacht voor hi-tecwerkgelegenheid op gebieden zoals ICT, gen- en milieutechnologie vormen de toekomst voor ons postindustriële land. Typische 'studieberoepen'. Alle kaarten dus zetten op kwalitatief sterk onderwijs zou je zo zeggen. Daar ligt de winst waarmee we de kwaliteitseisen voor de toekomst kunnen betalen. Toch kwam de Wiardi Beckmanstichting niet met voldoende daadkracht om dit waar te maken in de paarse periode. Een tweede gemiste kans. Ben je die altijd dwarse Christenen een keer kwijt, laat je je weer ondersneeuwen door Keynes en zijn adepten…

Post Nix
De voormalige Generatie Nix had zich ondertussen uit de lethargie, de cocaïne, de studies en de failliete welzijnsopleidingen geworsteld. Internet emancipeerde ook de postbabyboomers. In de fragmentarische jaren negentig vond men via de retrotrends weer het zelfbewustzijn van de punk- en postpunkperiode terug. Bozejongensbandjes, internetcolumnisten, cabaretiers en tv-makers, een geluid kwam terug. Toch was daar in de paarse periode op politiek gebied niets van te merken. Engagement werd (en wordt) door hen met lichte ironie benaderd. Het leek alsof eerst het individu teruggevonden moest worden. Dat kon blijkbaar niet gepaard gaan met sociale betrokkenheid. Kan. Maatschappelijke verantwoordelijkheid is geen must of dogma. Maar wat is de prijs die je dan betaalt? De door de postbabyboomers zo gewaardeerde individualiteit ontwikkelt zich nu eenmaal veel completer in een samenleving waarin welzijnsstreven de boventoon voert. Een samenleving bijvoorbeeld waarin de hoge kwaliteit van kunst en cultuur, onderwijs, milieu en sociale zekerheid standaard nagestreefd wordt. En dat komt er niet van als het neoliberale element in onze maatschappij geen tegenwicht krijgt van een generatie die dit het hoofd kan bieden. Daarnaast zullen de rechtse partijen op dit moment alles doen om maximaal gebruik te maken van de baissefase waar de economie anno 2002 in zit. De broekriem moet weer om de franje aangehaald worden. De geschiedenis wijst uit dat de huidige generatie linkse politici deze kracht niet beteugelen kan. Het moet dus anders.

Pure ideologie is daarvoor niet nodig. De passionele betrokkenheid van de jaren zeventig, het principiële, volhardende uit de punktijd, het praktische van de ervaring met de tachtiger jaren, een periode waarin welvaartsstreven de nadruk had boven welzijnsdenken, het moet voldoende zijn. Aandacht voor cultuur, milieu en onderwijs zit deze generatie in het bloed. Je begrijpt het al; de Generatie 80, of beter Post Nix genoemd, is het alternatief. In plaats van de babyboomers is deze groep het meest geschikt om een goed tegenwicht aan de Keynesianen te bieden. Goed gedrild in zuiver denken, want zich ook de waarde herinnerend van de zorg en de cultuur van de jaren zeventig maar zich ook bewust van het economische belang door de crisis van '81 zijn zij het die in linkse machtsvacuüm moeten stappen. Zij zijn het die de plek in moeten nemen van de politici van nu, zij zijn het die de combinatie van de vrijemarkteconomie en milieubewust ondernemerschap, het aftoppen van bodem- en piekextremen in de welvaart en het volop waarderen van cultuur, onderwijs en zorg moeten neerzetten in lekkere partijprogramma's.

De ultieme YUP-film van de jaren `80
 

Turboyup
Wat nu te doen op 22 januari aanstaande? Dat er op dit moment weinig generatiegenoten van de juiste snit in de diverse partijkaders te vinden zijn bewijst ook deze verkiezingsperiode weer. Die enkele zwaluw die er wel is verdient dan ook jouw en mijn stem. De aanstaande uitslag is zo belangrijk omdat de Generatie Tachtig de tijd moet krijgen om haar politieke ambities vorm te geven. Politiek bewustzijn heeft alles te maken met eigenwaarde. Bestek'81 en de beleidsprogramma's die erop volgden hebben deze generatie politiek murw gemaakt maar niet verslagen. Dat is pas zo als deze en de hier op volgende verkiezingen verlopen als in 1982 en 1986. Dat mag niet gebeuren. Met een (centrum-)rechts kabinet ontstaat niet het klimaat waarin jij en ik ons kunnen ontwikkelen van de individuele cultuurdragertjes die we nu zijn tot de beleidsbepalers in media, kunst en politiek die we kunnen worden. Ga dus stemmen, en zorg dat je stemt op dat wat niet neoliberaal is. Op dat wat je niet aan Wim Deetman doet denken. Of 'politieke kroonprinsen' a la Voorhoeve, Nijpels of Brinkman (want dan krijg je daar in 2007 weer mee te maken).

Intussen krijg je de kans om je vanuit je internetbedrijf, je atelier, je redactieruimte of tijdens je wereldreis te beraden op je politieke ambities. Zodat je van commentator participant wordt. Maar dan wel op jouw voorwaarden. Laat die kans niet lopen.


René Janssen

Rene Janssen is redac- en auteur van Nu Wij Weer!
 
  >>> PRINT dit ARTIKEL
  >>> Andere ARTIKELEN in deze CATEGORIE
  >>> Meer stukken van deze AUTEUR >>> Begin een DISCUSSIE over dit ARTIKEL
>>> Stuur MAIL aan de REDACTIE >>> Stuur MAIL aan deze AUTEUR >>> MAIL dit ARTIKEL door
WB magazine
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm, print, digitale duplicatie, verspreiding op het Internet of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de redactie.