|
Kijk naar links, rechts, links voordat je oversteekt |
|
Auteur: A. van Wesenbeeck Categorie: Politiek Datum: December 2002 |
De afgelopen tijd word ik door de politieke besluiten en debatten regelmatig herinnerd aan mijn middelbare schooltijd waar ik voor het laatst het vak economie heb gepraktiseerd. Economie was leuk, omdat de theorieën altijd wel op een gemakkelijk te begrijpen logica leken te stoelen. Hoe moeilijk ik dit vak op microniveau vond, zo gemakkelijk begreep ik het op macroniveau. Eén aspect ben ik nooit vergeten (de vraag is natuurlijk wel of ik het goed onthouden heb): in tijden van economische neergang kan de overheid twee dingen doen: 1. bezuinigen of 2. investeren. Bij bezuinigen worden de inkomens die onder modaal liggen harder getroffen dan de inkomens die modaal of hoger liggen, mede omdat de bezuinigen vaak betrekking hebben op de sectoren uit de collectieve sector. En hoe meer geld je hebt, hoe minder je daar gebruik van maakt natuurlijk. Maar het doorslaggevende voordeel van deze bezuinigingen is dat de groei van de staatsschuld stagneert. Bij investeren loopt die staatsschuld van de overheid wel op, maar de overheid bezuinigt dan niet op de collectieve sector en snijdt hiermee minder in de kleinste beurzen. Integendeel; zij draagt zorg voor een minimum aan koopkrachtverlies van de lagere inkomens. |
Lekkernijen voor de veelverdieners |
Omdat economie eigenlijk parallel loopt aan koopkracht - bij mijn weten zijn deze twee begrippen zo goed als vergelijkbaar - sluit je met investeren minder snel uit dat de bevolking haar koopkracht niet meer benut. Ik kan mij als niet-econoom dan ook altijd beter vinden in investeren dan in bezuinigen. Want het lijkt erop dat relatief gesproken een economische recessie vooral de lagere inkomens treft. Die 100 euro nominale ziektekostenpremie hakt er immers bij schaal 5 harder in dan bij schaal 12. Dit is geen nieuws. We zien het immers op alle niveaus gebeuren. De megabedrijven die 'gedwongen' zijn hun werknemers te ontslaan, worden er zelf niet slechter van. Het zijn juist de kleinere bedrijven die het hardst getroffen worden. Die ontslagen werknemers van die grote bedrijven en die kleine middenstanders die op straat komen te staan, van een uitkering afhankelijk worden en die hun koopkracht (en dat van hun gezin) achteruit zien hollen. Want ook op die uitkeringen wordt natuurlijk bezuinigd. Die stijgen minder, zijn moeilijker aan te vragen en lopen in hoogte per jaar steeds sneller terug. De werknemers met lagere inkomens die hun baantje nog wel behouden, voelen het ook. De nominale ziektekostenpremie doet pijn, de trein (semi-overheid) wordt duurder, de belastingen worden weer niet verlaagd en producten worden duurder omdat dat beter is voor de grotere bedrijven. Het klassieke verschil tussen links en rechts wordt in deze woelige tijden uitvergroot. De VVD en het CDA willen bezuinigen op het collectief, op de uitkeringen en op de positie van nieuwkomers. Allemaal nodig, zeggen Zalm en Balkenende. Zalm, driftig schermend met zijn financiële autoriteit: 'Ten tijden van economische achteruitgang moet iedereen een stapje terug doen'. Fout, Zalm! Met name de minder bedeelden zullen een stapje terug moeten doen. Jij zal er geen broodje parmaham minder van eten! |
Ha! Ik heb iets wat u niet heeft! Centjes! | |
De SP, GroenLinks en PvdA daarentegen willen blijven investeren in het collectief en om de minder bedeelden te ontzien, mogen de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Inkomstennivellering heette dat vroeger op de middelbare school. Sinds een paar weken hoor ik de term weer vaak opduiken. Terugkijkend is het logisch dat in tijden van vooruitgang een paarse kleur kon ontstaan en dat het nu dus weer tijd is voor rood. Rest mij nog uit te zoeken welke linkse rakkers het beste financiële programma hebben. Misschien ga ik hier veel te kort door de bocht. Vast wel, maar hoe schuiner ik hang, des te duidelijker wordt het voor mijzelf, en hoe overtuigender ik mijn keuze zal maken op 22 januari. De tegenspraak volgt vanzelf wel, en daar leer ik dan ook weer wat van. Astrid van Wesenbeeck |
