
Auteur: Simone Duwel Datum: Februari 2007 |
Alleen ga ik erheen. Ik sta en drink, ik ga en zink. Gelach, het is nog lang geen dag. Mensen met lange haren, komen hier al jaren, anderen hebben blauwe koppen, lijken modepoppen. Jongens met rokken, meisjes op sokken, alles mag en alles kan, want het is nacht en die duurt lang. Alleen kijk ik om me heen, ik neem er toch nog een. Ken ik jou niet? Rot op, dikke tiet! Wat kijk je boos, wat is er loos? Jongens, meisjes, pratend, schreeuwend, daar een vent zwaar geeuwend. Muziek, hard, mooi en apart, overal bewegen benen armen, ledematen die zich willen warmen. Ik sta ertussen, moet een ruzie sussen. Daar gaan ze dan, dikke maatjes als het kan. Kennissen, bekenden, vrienden, ergernissen. Proleten, prinsessen, pratende, protserige hagedissen. Kakkerlakken en serpenten, dandy's en dementen. Korsakov staat achter me en paddofreak verwachtte me. Zal ik blijven, zal ik gaan, wat heb je gisteren gedaan? Warm, benauwd, heet, iemand laat een scheet. Nu is het genoeg, weg hier uit die kroeg. Fietsen door de nacht, zwarte lucht en miezer in de gracht. Donker, stil, verderop een gil. Verdergaan, hier linksaf slaan, hijgend, zwoegend kom ik aan. Ik ben al thuis, waar al mijn spullen staan. In mijn bed, lurkend aan een sigaret, ben ik alleen, waar zal ik morgen heen? Simone Duwel |
| | | print artikel | | | meer van auteur | | | meer in deze categorie | | | meer in deze editie | | | meer gedichten | | | krassend crayon | | |
