
Auteur: M. Lodder Datum: Februari 2005 |
De Uil en de Duif Die hadden een fuif, Want, raar maar waar, Ze hielden van elkaar, En zoals bekant elk beestje Hielden ze 'n verlovingsfeestje. Maar- en dit is echt geen grapje Duifs gasten waren Uils lekker hapje. Duif wist niet dat al haar gasten Goed op Uil's menukaart pasten. Want met een slinkse manoeuvre Nam hij een muisje als hors d'oeuvre. Een kleine bonte specht Diende hem als hoofdgerecht. Een eekhoorntje met lief snoetje Ging er nog wel in als toetje. Toen riep Duif:"Uil, kom eens even! Waar zijn mijn gasten toch gebleven?" Uil zei, terwijl hij even hikte En een laatste stukje staart doorslikte: "Duif, je mag het best wel weten, Ik heb er al drie opgegeten! We geven meer van zulk soort feestjes, Want ik lust nog wel wat beestjes." Duif werd echter boos en zei: "Nee Uil, hiermee ben ik echt niet blij! Als ik van te voren had geweten, Dat jij mijn gasten op zou eten, Dan was ik nooit van je gaan houden, En zeker niet met je gaan trouwen!" Uil zei tot haar:" Duif, niet zo huilen, Wat ik doe dat doen alle uilen" Duifs liefde was toen snel bekoeld, Want zó had ze het toch niet bedoeld. Maar Uil zei toen, want die was wijs: "M'n liefje, alles heeft zijn prijs. Je wist toch wel, toen ik je kuste Dat lasten volgen op de lusten. Maar als het je zó pijnlijk raakt, weet ik het toch goed gemaakt: Ik jaag alleen nog in de nacht, En jij houdt overdag de wacht. Ik roep 's nachts Oehoe Oehoe, en jij bij zonsopgang Roekoe Roekoe." Marloes Lodder |