
Auteur: J. Denoo Datum: September 2003 |
Ik liet het licht aan en de poort open. De wind floot tussen de bomen. De klok vermaalde het wachten. Ik wou schrijven om te verzachten, maar het werd kerven, dwalen over papier tussen scherven. Doelloos zwerven. Ik had wat mozart voor je willen zijn. Het begrijpen rond een glas rode wijn. Vieren, weet je wel, maar niet te fel. Niet rijmen zo strak. Woorden niet dopen. Daarom liet ik het licht aan en de poort open, maar dat brengt ongemak. Een ongenode gast zat aan met mij: uur na uur na uur, ik ongedurig. Hoe kouder hij keek, hoe ouder ik leek. Ik zocht mijn zatheid, bezwoer hem kalm te blijven. Hij knikte; tikte. En tergend werd hij wijzer en wijzer. Joris Denoo |
| | | print artikel | | | meer van auteur | | | meer in deze categorie | | | meer in deze editie | | | meer gedichten | | | krassend crayon | | |
