Ze is niet de mooiste vrouw op deze aarde. Ze is klein, ze is mager en haar lichaam heeft iets knaagdierachtigs. Haar bleke gezicht, vol met grote sproeten, en haar weerbarstige haar deden me meteen denken aan mijn moeder, toen ze binnenkwam. Haar met van die kleine krulletjes erin, die je er eigenlijk alleen uit krijgt met een steiltang. Ik weet iets van steiltangen. Ik durf te zeggen meer dan de meeste mannen. Ik kan de vorm ervan dromen.
Je zou kunnen zeggen dat ik industrieel ontwerper ben. Autodidact, mag ik wel zeggen. Ik maak kartonnen mallen voor consumentenproducten. Ik had net die week de pasvormen gefinaliseerd voor mijn nieuwste project, de YourHome Hairrelaxer 3000. Dus niet de doos, hè. Een doos is een simpel te vouwen rechthoekig stuk karton, met een ontwerp erop van een stel slimme jongens, zodat je, als je langs de schappen met steiltangen loopt, als vanzelf bij de doos van YourHome pauzeert, en niet bij de doos van Braun, Philips of Candy. En dat gaat steeds beter. Niet alleen omdat YourHome een concurrerende prijs biedt; onze reclamejongens hadden een ingeving – twee ronde, gele stickers, eentje met ‘Vernieuwd’ erop en een andere met ‘Veel Extra’s’, zo op de doos geplakt dat er, in combinatie met het ovaal waarin de foto van het product staat, de suggestie van een glimlachend gezicht, met wijd uiteenstaande ogen gewekt wordt. Dicht bij elkaar staande ogen stoten af, maar wijd uiteenstaande, denk baby’s en denk Pokémon, werken altijd. Potentiële koopsters ervaren onze dozen onbewust als sympathiek. Et voilà, de YourHome-dozen gaan hard…

Ze ging er voorzichtig op zitten. Ik gaf haar een hand en stelde me voor. Ze antwoordde dat ze Marga heette en ze glimlachte. Daarna begon ze demonstratief om zich heen te kijken. Ze deed duidelijk haar best om me niet aan te kijken en dat kwetste me, tot ik ontdekte dat ze wegkeek omdat ook haar het bloed naar het gelaat steeg. Ze was rood tot achter haar oren. Ik voelde me minder ongemakkelijk toen ik dat zag en ik merkte dat ik ontspande. Hier zat iemand met dezelfde handicap als ik.
Ze had een spitse kin, maar haar wipneus gaf haar profiel iets vrolijks. Ik schatte haar midden dertig, ietsje jonger dan mijzelf. Ik vroeg me af of ze wel lekker zat. Ik vermoedde dat ze door haar bouw, net als ikzelf, een mager, bottig zitvlak had. Ik zag voor mijn geestesoog hoe haar dunne, sproetige billen van vorm veranderden om aan de zitting van de stoel te accommoderen, en dat ze gestopt werden door te ver uitstekende bekkenbeenderen. Had ik mijn jas bij de hand gehad, dan had ik hem haar waarschijnlijk aangeboden, om op te zitten. Maar mijn jas hing aan de kapstok een gang verderop, en dat was misschien maar goed ook. Mijn gebaar had haar waarschijnlijk verbaasd. Vrijpostig, al bedoelde ik het niet zo. Ervaring heeft me geleerd voorzichtig te zijn bij vrouwen. Voor ik het weet, praat ik met consumptie en gaan er glazen om…
Mijn contemplatie van haar billen had overigens niets pornografisch. Ik ben beroepsmatig geïnteresseerd in vormen en hoe ze in elkaar passen. Als er een nieuw product op mijn bureau ligt, met een post-itje van de baas op documentatie, dat het zus moet of zo, schuif ik de papierwinkel altijd eerst opzij. Ik neem een nieuw ontwerp het liefst op schoot, met mijn ogen dicht. En dan, het snoer en de knoppen negerend, tast ik langzaam, centimeter voor centimeter, het koele kunststof af, tot ik elk detail van de vorm letterlijk voor me zie. Ik weet meestal direct welke geïnverteerde vorm er bij een ontwerp past; wat het nodig heeft om veilig getransporteerd te worden.

Toen ze merkte dat ik geen moeilijke vragen stelde of al te kwieke glimlachjes glimlachte, toen ze voelde dat ik gewoon rustig in mijn stoel bleef zitten, draaide haar lichaam beetje bij beetje mijn kant op. Ik poetste mijn brillenglazen aan de zoom van mijn T-shirt, deels omdat ze beslagen waren en deels omdat m’n aandacht verleggen altijd werkt bij mijn kat – dan komt ze vanzelf dichterbij. We raakten woordje voor woordje aan de praat en er gebeurde een klein wonder. Ik zie het zelf zo: tussen mij en de mensen om mij heen, zeker als ik ze niet ken, en voornamelijk bij vrouwen, zit een glazen schuifdeur. Ik ben inmiddels zo ver dat ik weet dat ik het glas niet moet breken, maar het glas opzij schuiven zonder iets te forceren lukt me zelden. Ik vertel graag over mijn vak, maar ik merk dat mensen de schoonheid ervan moeilijk zien. Ging ik vroeger vaak door met druk gebaren en praten, terwijl het glas al mistig werd, de laatste tijd luister ik meer.
Ik vroeg Marga naar wat ze deed en o wonder, ze bleek een soort collega van me te zijn. Maar zij is écht industrieel ontwerpster en dat niet alleen: ze kent mijn werk! En dat niet alleen – haar ogen begonnen zacht te glanzen toen ze vertelde dat ze mijn binnenmallen er regelmatig bij pakt, om inspiratie op te doen voor een nieuw ontwerp. En dat haar handen vaak goedkeurend langs de contouren van mijn werk glijden. Mijn oplossing voor de stang van haar stofzuigerontwerp had haar oprecht verbaasd. Ze was van plan geweest om me een mailtje erover te sturen, maar je weet hoe dat gaat… Ja, ik wist hoe dat gaat. In een roes stond ik op om een vers drankje voor ons halen.
Ik stond witte wijn in te schenken toen ik ‘Zohooo, menneke… Beet?’ hoorde. Het was Merel, een struise blondine van sales. Merel hing breed grijnzend en dronken om de nek van de baas. Ik grijnsde dom terug en stak mijn duimen op, meer werd er niet van mij verwacht. Ik liep terug met twee volle glazen en negeerde het gegniffel van mijn collega’s. Nog een glas verder gebeurde een tweede wonder. Marga keek me diep in mijn ogen en vroeg half fluisterend of ik zin had om samen met haar de receptie te ontvluchten. Gelukkig was ik met de fiets die dag. We slopen weg en ik bracht haar achterop, met een spinnend wolkenhoofd, naar een kroeg waar Merel vaak komt.
We wisten allebei precies wat we deden. We dronken om onze huid te prepareren voor vreemde handen, om onze stramme lichamen te helpen met versmelten. Toen ze naar het toilet was zag ik dat er boven ons tafeltje een emaillen reclamebord hing, van een biermerk. Het onderschrift was: ‘Helping ugly people have sex since 1884′. Ik glimlachte er om als een bebaarde boeddha. Merel kon giechelen wat ze wilde, zij had geen idee hoe bijzonder deze nacht voor mij was. Voor het eerst in jaren kon ik mijn pornoschijf in zijn dock laten. Ik bedankte mezelf voor het verversen van de doos condooms onderin het nachtkastje, ieder jaar weer, en voor het verschonen van mijn lakens, die week.

Ik kon de slaap niet vatten. Ik zette mijn computer aan en wijdde me nog een paar uurtjes aan mijn hobby. Daarna kroop ik tegen haar aan, onder de schone lakens. Ik omarmde haar sproetenlijfje en viel in slaap. Vanmorgen was Marga weg. Zonder adres, zonder afscheidsbriefje… niets. Ik denk dat ze zich doodschaamt. Ik heb haar via haar werk een mailtje gestuurd, maar ze heeft nog niet geantwoord. Ik ben er wel verdrietig om, maar ik dacht het ook al haast. Wij samen… sommige dingen zijn gewoon te mooi om waar te zijn. Ik verdiep me een beetje in filosofie, de laatste tijd. Ken je de spreuk ‘these, antithese – synthese’? Ik heb het gevoel dat hij niet klopt. In mijn leven geldt meestal: ‘these, antithese – prothese’.
Maar vandaag heb ik daar vrede mee. Want ik heb iets van haar. In de uren dat Marga buiten westen in mijn huis lag, heb ik namelijk, met de oude computer van mijn werk en bijbehorende, ouderwetse digitale schuifmaat, haar precieze maten genomen. Ik heb vriendelijk geglimlacht naar Merel en naar iedereen vandaag, en ik heb hard gewerkt, wachtend totdat ze naar huis zouden gaan. Pas toen ik zeker wist dat ik alleen was, heb ik het papier met haar maten tevoorschijn gehaald, en haar ingeprogrammeerd in de kartonpers. En nu heb ik in mijn bezit: twee mallen, eentje voor vóór en eentje voor achter. Stukken voor in een langwerpige doos, met de contouren van haar lichaam er liefdevol in geperst. Ik heb er werk van gemaakt: alles, de vorm van haar lippen, van haar oogleden, zelfs de coördinaten van haar oorlellen heb ik ingetypt. De machine trok zoveel detail maar net.
Ze is niet de mooiste vrouw op deze aarde, maar ze is wel het mooiste dat ooit uit mijn handen is gekomen. Nu moet ik alleen nog wachten tot de schoonmaaksters klaar zijn. Als de gangen straks uitgestorven zijn, sluit ik de boel hier af, en laad ik de mallen in mijn Vectra.


