Godverdomme, heb ik dat. Mijn naam is Eric Mosterd, strafrechtadvocaat en ik ben 40. Ik verheugde me al op mijn midlife-crisis: rondscheuren in rode bolides en wilde affaires met hete studentes, héérlijk! Maar nee hoor, dat is voor mij niet weggelegd. Ik werd gisteren veertig en mijn midlifecrisis begon met de ontdekking vanochtend dat ik een reïncarnatie van Mozes ben.
Ik laat de theologische implicaties even achterwege. Ik bedoel, ik heb mijn hele leven als atheïst geleefd en nu ineens krijg ik bericht dat ik de reïncarnatie ben van een religieus leider die zelf niet geloofde in reïncarnatie. Dat weet ik vrij zeker omdat ik me nu herinner hoe ik het Geloof in de Ene Ware God voor de zoveelste keer aan de Israëlieten uitlegde. Één God, één leven voor die God.
Gisteren was mijn verjaardag. Samen met mijn vrouw Sarah en twee dochters Roos en Esther ben ik uit eten geweest. Le Garage. Ideale plek om het begin van het eind van je leven te vieren. En teveel gedronken dus. Dat maakte niet uit, want het was vrijdag gisteren, de dag erna zou shabat, ik bedoel, zaterdag zijn en dan was ik toch vrij. Sarah was de bob dus ik kon los. En los ging ik!
Kort nadat ik vanochtend was opgestaan liet ik de hond uit. In het parkje waar ik altijd de hond losliet – dat mocht niet, er speelden ook kinderen, maar verdomd, die van mij speelden niet meer in de zandbak en toen ze dat nog wel deden waren ze niet zo stom om met poep te spelen – stond een bankje waar je altijd heerlijk in de zon kon zitten. Ik liet Gamma – onze zwarte flatcoat – los en wilde net gaan zitten toen ik iets vreemds zag: het doornenstruikje achter het bankje stond in de brand. Sensatie! Er gebeurde iets in Vinex-land!
Ik liep erop af en hoorde een donderende stem: “schoenen uit!”
“W-wat?”
“Schoenen uit, Mosterd! Je staat op heilige grond!”
Die stem was écht oorverdovend. De kater in mijn hoofd strekte zich uit en sloeg zijn klauwen in mijn brein.
“Oké, oké, als jij wat zachter praat…”
“Oh sorry… Ik bedoel, oh, sorry.”
“Nou, mijn schoenen zijn uit. Wie ben je en waarom heb je die bosjes in de fik gezet?”
“Ik ben die er is. Ik ben die ik ben. Ik ben de God van jouw voorvaderen en ik ben jouw God.”

Er ontspon zich een aangenaam gesprek met de stem die claimde God te zijn. God vertelde me dat ik een reïncarnatie van Mozes was. Ik geloofde er niet zoveel van, maar voor ik het door had reikte één van de vlammen van de brandende doornstruik naar mijn hoofd, tikte op mijn voorhoofd, en voor ik het wist, daar kwamen ze: de herinneringen. Hoe ik al eerder met zo’n doornstruik had gekeuveld, hoe ik daarna naar Egypte ben gegaan en de Israëlieten uit Egypte leidde. Hoe ik één keer de berg opging voor de Tien Geboden, en terugkeerde om daar te zien hoe het Gouden Kalf vereerd werd. Arme Israëlieten, ze moesten eens weten wat voor moois er op die eerste Stenen Tafelen stond. Ik gooide ze stuk en ging terug en vroeg nieuwe aan God. Die kregen ze – en hele strenge ook: zelfs sexen met die ontzettend lekker vrouw van de buurman was er niet meer bij. Het kwam allemaal terug.
En toen gaf God mij mijn Nieuwe Opdracht. God vond het tijd worden voor een Nieuw Verbond. Hij had zich zitten opwinden over de drukte over de hele wereld de afgelopen tijd – klimaatverandering, massa-extinctie, ziektes, wat allemaal onder onze neus plaatsvond terwijl ons lieten afleiden door terrorisme enerzijds en de bling-bling-hip-hop-cultuur van onze kinderen anderzijds. Tussen fundamentalisme en de bezorgdheid over onze jeugd door, vond God dat we ons te weinig bezig hielden met de echt lastige dingen in deze wereld.
Maar God was berouwvol. God had ook al wel door dat hij ons zelf destijds iets beter had kunnen ontwerpen. Intelligent Design ging zeker op voor de doorsnee flora-en-fauna, zo vertrouwde hij me toe, maar toen hij uit een paar restjes klei de mens maakte was hij er gewoon even niet helemaal bij. En eerlijk, zo zei hij, het was toch ook een beetje ondoordacht, tegen Adam zeggen dat het heel slecht was als hij van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad zou eten, terwijl hij de cognitieve en morele capaciteiten om dat bevel te begrijpen pas zou bezitten nadat hij dat gedaan had?
Een berouwvolle God. Dat was nog eens wat anders. Vroeger, in de woestijn, was God veel minder mild. Hij was het die er geen probleem mee had om allerlei gruwelijke plagen op de Egyptenaren los te laten. Onze God was een jaloerse God die behoorlijk kon dreigen – en die dreigementen ook uitvoerde. Maar nu vertelde hij me dat hij ergens een beetje, onfeilbaar als hij was, wel spijt had. En dat hij de mensheid nóg een kans wilde geven. En daarom werd ik erbij geroepen.
Mijn Opdracht: Schrijf nieuwe Stenen Tafelen. Schrijf een nieuwe reeks van geboden waar wij mensen ons aan kunnen houden. God wilde deze keer niks van bovenaf opleggen, hij wilde, zoals hij dat noemde, interactieve beleidsvorming. Meer een bottom-up benadering. Ik kreeg de hele shabat de tijd om een set regels te bedenken voor de gehele mensheid. Als ze af waren dan zou God ze overal kenbaar maken: via kranten, TV, internet en radio zou de hele wereld mij horen terwijl ik ze voorlas. God had me een webcammetje meegegeven die ik om 24:00 alleen maar op m’n PC hoefde aan te sluiten, en dan moest ik ervoor gaan zitten en mijn tekst voorlezen. God zou ervoor zorgen dat ieder mens mijn wet te horen zou krijgen. Stenen Tafelen in het digitale tijdperk. Mede mogelijk gemaakt door Logitech.
Na die bekendmaking was de regel simpel: we houden ons er aan, of niet. Doen we het niet, dan zou God de overtreder direct neerslaan met bliksem. Lik-op-stuk-beleid. Maar om te voorkomen dat het hele menselijke ras in één week van hogerhand uitgeroeid zou worden, had Hij bedacht dat ik Hem wel kon helpen een paar regels op te stellen die echt redelijk waren. Zó redelijk dat je echt je best moest doen ze te overtreden. Hij was er in de afgelopen milennia niet uitgekomen maar dat kwam, zo had Hij na een jaartje of 3400 besloten, omdat Hij zich niet kon inleven. Hij had niet echt genoeg feeling met de doelgroep: en vandaar dat Hij mij nodig had. De nieuwe Mozes, Eric Mosterd uit Buitenveldert.
Het is nu 23:34 en ik heb nog een paar minuten te gaan. Ik heb nog niks opgeschreven. Ik kan het niet. Ik ging vanmiddag met goede moed aan de slag: ik ging in mijn werkkamer achter de PC zitten, Sarah’s vragen over mijn schoenen gebleven waren negerend. Deur op slot, want ik had een missie
Ik ging aan de slag met iets als een verbod op moord.
Altijd verbieden? In principe wel ja. Maar kunnen we ons daar wel aan houden? Ik hoefde niet eens na te denken: nee. Sommige moorden zijn volledig ongerijmd, maar voor sommige kon ik best nog begrip op brengen. Een vrouw die haar man ombrengt na jaren van misbruik. Een politieagent die een kinderverkrachter neerschiet in media res.
Ik probeerde toen alle uitzonderingen op te lijsten. Moord mag niet, tenzij… Dat was ondoenlijk. Ik kon niet van tevoren inschatten waar die grens moest liggen.
En toen begon ik na te denken. Als ik bepaalde handelingen niet kon verbieden, kon ik dan niet bepaalde intenties verbieden? Dus, zo gauw je iemand vermoord uit eigen belang, dan is het fout?

Somber gestemd sloot ik mezelf weer op in mijn werkkamer. En staarde ik naar mijn lege scherm. Leeg, leeg scherm. En zo leeg is het nu nog steeds. 23:43.
Ik denk terug aan mijn gesprek met God. Heel gek, maar ik had niet verwacht dat God verslagen zou kunnen klinken. Maar toen hij het relaas van Zijn Schepping deed, was dat toch zo. De Almachtige, de Al-goede en de Alwetende God heeft een foutje gemaakt. En dat foutje heeft hem verslagen. Hij vertelde me van alle pogingen die hij heeft ondernomen om ons mensen verstandig te laten handelen: van straffen, door Adam en Eva het Paradijs uit te flikkeren, en middels de Zondvloed en het vernietigen van Sodom en Gomorra, via vergiffenis, dankbaarheid en nederigheid, middels Jezus en Boedha, tot het gewoonweg dicteren van regels en uitmuntend belonen met van alles en nog wat in de Hemel zodat mensen die letterlijk konden nemen, zoals in de Koran, maar allemaal hielp het niet. De mens wilde zich maar niet gedragen.
Het interessantst vond ik Gods poging om ons zelf te laten nadenken. Zijn eerste stap richting die interactieve beleidsvorming waar hij nu op doelde. Een klein experimentje, zo gaf hij toe, in een irrelevante uithoek van de aarde: Athene, Griekenland, een eeuwtje of vier voor Christus: Socrates was een poging van God om ons bij te staan in het verwezenlijken van ons potentieel. God vertrouwde me toe dat van al zijn profeten en incarnaties deze nog het dichtste in de buurt kwam en bijna het beoogde effect bereikte – maar zelfs dit summum bonum voor de menselijke ziel had geen effect. Maar toch, omdat het het dichtste in de buurt kwam, kon ik wel snappen dat hij 25 eeuwen na dato een vergelijkbare aanpak probeerde met mij, hier in het Amsterdamse.
Nog geen idee. Ik kan geen enkele regel bedenken die ons binden kan. Geen enkele morele wet die zo voor de hand ligt dat niemand hem zal schenden. Maar verdomme, ik heb niet voor niets rechten gestudeerd! Er moet toch een zo voor de hand liggend moreel credo zijn dat niemand er ook maar aan denkt tegen dat gebod in te gaan? Een all-inclusive gebod waarvan zelfs de meest perfide geest zal zeggen: “Ja, nou je het zo zegt – je hebt gelijk…”. Eén simpel gebod waardoor de moordenaar, de dief, de verkrachter inziet dat wat hij of zij doet verkeerd is, en dat hij of zij dat dus niet moet doen?
Ik zit niet graag bij de pakken neer. Denk, Eric, denk! De toekomst van de Mensheid hangt ervan af!
…
…

Eureka! Ik heb het. Het is 23:51. Ik sluit de webcam aan. New hardware detected… . Ik weet wat de nieuwe wet gaat worden. De nieuwe wet van Mozes, de nieuwe leefregel voor de gehele mensheid, die regel die zo voor de hand ligt dat je echt een complete amorele imbeciel moet zijn wil je die overtreden. Een nieuwe kans voor de Mensheid!
23:58. De webcam gaat uit zichzelf aan. Ik zie mezelf op het scherm van mijn PC. Zie ik er goed uit? Niet teveel een rommeltje achter me? En mijn haar? Nog even en het is zover. Dan weet iedereen de nieuwe wet van God. Ik schrijf hem op zodat ik hem straks niet onverhoopt verkeerd uitspreek:
“Doe geen domme dingen”
Dat was de makkelijkste regel die ik kon bedenken. Alleen een idioot kan zich daar niet aan houden. Vanaf nu kunnen we ons gedragen en op goede voet leven met God, hallelujah!
En toch voelt het alsof ik het doodsvonnis van de Mensheid getekend heb.
Absint


