Van platensafari tot scrobblen
Geplaatst onder Muziek op 1 november 2005 door Gerard Mutsaers
Print

Ken je ‘m nog? Het cassettebandje? Dat plastic geval waarin zo’n dunne bruinzwarte tape zat die zich om de haverklap als onontwarbare spaghetti in je cassetterecorder ophoopte, waarna je dan met scharen en schroevendraaiers aan de slag moest om het uit ‘t apparaat te peuteren? Wat een tijden waren dat hè? Ik verlang er soms in een licht masochistische en melancholieke stemming nog wel ’s naar terug. Het had wel iets: er waren tapes die je al jaren draaide, en langzaamaan werd de muziek verdrongen door ruis en van dat zweverige gejengel, maar door het vele luisteren was je op een bijna bovennatuurlijk wijze in staat de muziek ergens in je hoofd zelf weer aan te vullen. De muziek die erop stond was ook vaak met ontzettend veel moeite verzameld: van de radio, en dan miste het begin van het liedje, en aan het eind hoorde je vaak nog net het geblaat van een DJ die het liedje afkondigde, en je er elke keer aan herinnerde dat je niet op tijd bij de stopknop had weten te komen. Of, en dat was nog mooier, er stonden soms geheel ondefinieerbare stukjes muziek op, die tussen de liedjes zweefden, stukjes die na verloop van tijd hun eigen leven gingen leiden, die je als op zich staande liedjes ging beschouwen. Dan was er ook nog de tijd die je kwijt was met het ’spoelen’. Op zoek naar dat ene nummer dat je zo graag wilde horen, en maar heen-en-weren met die rewind-knoppen, totdat je vloekend en tierend erachter kwam dat het liedje op de andere kant van het bandje stond. Ja, het waren best mooie dingen, die bandjes. Het mooiste ervan was misschien wel de onvervangbaarheid ervan: zo’n zelf opgenomen radiocompilatie kon je nooit meer terughalen, was het bandje door de tand des tijds opgegeten of was je het ergens verloren, dan was het ook echt weg. Je ging er dan ook met zorg mee om.

Diplomatiek scharrelen voor een bandje
In de tijd van het cassettebandje, de single en de LP had je drie keuzes: je nam muziek op van de radio, je kocht een plaat, of je kopieerde ‘m van iemand anders. Al deze keuzes hingen aan elkaar van voorwaarden: het aanbod via de radio was beperkt en kwalitatief beneden de maat. Het was weer elke keer afwachten wat de DJ wenste te draaien, en meestal was het dan ook – net zoals nu – een hoop middle of the road-bagger: hitjes, hitjes en nog eens hitjes. Dan was het nog zaak dat de plaatjesdraaier er niet doorheen ging zitten schreeuwen, of de plaat ergens halverwege wegdraaide om toch maar snel de wereld weer met zijn eigen stem het bloed onder de nagels vandaan te treiteren. Had je een muzikale smaak die verder reikte dan het aanbod op de radio, dan kon je platen gaan kopen, maar die waren voor velen onbetaalbaar. Ik herinner mij nog dat ze altijd boven de twintig gulden kosten, en een single kreeg je pas mee na het neertellen van 6 á 7 keiharde guldens. Belachelijke prijzen in die tijd, waar geen enige rechtvaardiging voor gegeven kon worden, al probeerde de platenmaffia het wel. Ook het cassettebandje was niet goedkoop: twee gulden vijftig voor een simpele, en snel vijf voor een wat beter exemplaar. Met de komst van de CD werd het ook al niet beter: de prijzen werden vrolijk verdubbeld: 40 piek kostte zo’n schijfje. Kortom: het was kopiëren en tapen geblazen, maar hoe kwam je aan die platen? Je had connecties nodig: mensen met geld die de door jou zo fel begeerde platen wel kochten. Dat betekende uiteraard een hoop diplomatiek gescharrel in platenkasten van oudere zussen, verre neven en reeds lang uit het oog verloren kennissen. Je moest telkens weer op platensafari. En dan de tijd die je ermee kwijt was!: plaat op de draaitafel, op het juiste moment de record- en play-knop tegelijk indrukken en dan maar drie kwartier lang hopen dat de plaat niet oversloeg of de stroom uitviel. Vervolgens kon je alle titels over gaan zitten pennen op dat veel te kleine kartonnetje, maar toch: stond de plaat erop en zat de tape veilig in je zak, dan had je ook wat!

Kent u ze nog...?

Scrobbelen langs de platenmaatschappijen
Het cassettebandje is nu bijna vergeten en met succes verdrongen door het Mp3-tje en de zelfgebrande CD’s. En in tegenstelling tot het moeizaam opnemen van de radio, pomp je nu met een paar drukken op wat knoppen hele CD’s je computer binnen; wat door de platenmaatschappijen niet, maar door de muziekliefhebber buitengewoon gewaardeerd wordt. Want voor de serieuze muziekliefhebber blijft het ontdekken van nieuwe muziek en het verzamelen ervan, een kwestie van leven of dood.
Het verschil tussen toen en nu is bijna onbeschrijflijk groot: muziek uit de diepste krochten van het muzikale universum ligt voor het oprapen. Je installeert een klein fileshare programmaatje en je kunt aan de slag. Hoor je iemand terloops opmerken dat een vrijwel onbekende luitspeler uit het oostelijk deel van Mongolië toch een buitengewoon leuk plaatje heeft opgenomen in een underground studio in Ulan Bator, even later heb je het deuntje door je kabel of adsl-verbinding naar je harde schijf getransporteerd en kun je er zelf over oordelen. Dit alles zonder enige bemoeienis van platenmaatschappijen, het neertellen van belachelijke bedragen of het moeizaam en urenlang rond zoeken in obscure platenzaakjes. En nu zou de oplettende lezer kunnen tegenwerpen dat dit alles wel mooi is, maar dat het nog steeds niet bepaald aardig is tegenover de muzikant in kwestie, want die vangt geen cent voor zijn plaat, en dan zeg ik op mijn beurt dat dit nu juist niet het geval is: met name het naar binnen halen van muziek via internet stimuleert de legale cd-verkoop. Trouw bracht een tijdje terug het bericht dat een stel onderzoekers van Harvard wisten te vertellen dat de platenmaatschappijen exact dezelfde hoeveelheden CD’s verkopen, als ze deden voordat het downloaden mogelijk werd. Mensen kunnen nu juist muziek kosteloos ontdekken, en hierna een weloverwogen keuze maken of ze een bepaalde plaat wel of niet willen kopen. Dat platenmaatschappijen zo spastisch op de beschikbaarheid van muziek op internet reageren, lijkt dan ook eerder tegen het medium internet An Sich gericht te zijn, dan tegen het downloaden op zich. Het Internet heeft namelijk nog een andere grote vooruitgang mogelijk gemaakt. Het is de kritische consument tegenwoordig niet alleen mogelijk gemaakt om platen eerst moeite- en kosteloos te beluisteren, maar ook om ze voor de laagste prijs in te kopen. In Nederland alleen al heb je een enorme hoeveelheid online aanbieders van muziek: bol.com, proxis.com, alcastar.com en ga zo maar door. Ik ben tegenwoordig niet meer afhankelijk van de lokale platenboer die zijn plaatjes voor woekerprijzen van de hand doet, ik kan ze voor een fractie van de prijs elders bestellen, in binnen- of buitenland. Neem nu de volgende (fantastische!) plaat: “Whatever, Mortal”, van Papa M. Deze kost bij de platenboer 24 euro, bij bol.com betaal ik 20,99 euro, maar bij Alcastar.com betaal ik 17,99 euro! Dat scheelt dus 6 euro, en laat ik een hele stapel CD´s uit de VS overkomen, waardoor de verzendkosten uiteindelijk te verwaarlozen zijn, dan kan ik bij Amazon.com dezelfde plaat krijgen voor $15.98 (= 14,23 euro), en ik weet zeker dat het voor nog minder kan, als je maar goed zoekt. Uiteraard zijn de platenmaatschappijen niet blij met deze ontwikkeling, het dwingt ze te concurreren! En, hoor ik sommigen al roepen, dat is toch ook niet goed voor de portemonnee van de muzikant? Nou, die was toch al niet gevuld, want zij krijgen een schijntje van de uiteindelijk opbrengst. En dan nog zo’n veelgehoord argument: het zorgt er toch voor dat er uiteindelijk minder platen kunnen worden gemaakt, en daardoor zal er minder diversiteit in muziekland aangeboden worden? Want, zo gaat men dan verder, de platenmaatschappijen zullen het niet meer aandurven om onbekende en de wat meer experimentele muzikanten een contract aan te bieden, bang om in de rode cijfers te komen. En ook dat is volkomen onzin. Ja, misschien dat grote maatschappijen dat niet meer durven, maar ‘ who cares?’, juist dankzij de enorme markt die via internet is opengelegd kunnen muzikanten nu vrij eenvoudig in eigen beheer platen opnemen en deze wereldwijd onder de aandacht brengen, en dat doen ze ook. Online radiostations schieten als paddenstoelen uit de digitale grond, en deze verdringen steeds meer de gewone hitjes spugende radiomeuk die uit de ether aan komt waaien. Een beginnend muzikant kan voor een luttel bedrag zijn eigen CD’s branden en verkopen tijdens concerten, een beschrijfbaar CD’tje kost een beetje groot ingekocht nog geen dubbeltje. Een hoesje print je zo uit, en koop je zo’n CD, dan weet je dat elke cent naar de muzikant gaat, en niet in de zak van de een of andere Gooise platenpooier. Het is al met al prachtig! Maar dat is nog niet alles: ook de ‘ muziekbeleving’ krijgt tegenwoordig alle kansen via internet.
rechtstreeks uit MongoliÙ het Hollandse oor in
Je kunt tegenwoordig een klein en buitengewoon sympathiek programmaatje downloaden: een programmaatje dat alle - op de computer - afgespeelde muziek ‘logt’ , en op basis daarvan lijsten van je muziekinteresses samenstelt en je dan ook nog suggesties doet voor andere muziek (afgaande op je eerder afgespeelde liedjes) die je misschien ook kunt waarderen. Het heet audioscrobbler en wordt gratis en voor niets aangeboden door een groepje muziekfanaten. Voor meer info kun je kijken op: http://www.last.fm. Naast je eigen persoonlijke lijsten kun je wereldwijd in contact komen met mensen die jouw muzieksmaak delen, én je kunt via de ingebouwde internetradio luisteren naar alle soorten muziek die je maar kunt bedenken. Het is bijna te mooi om waar te zijn, maar het bestaat, en het is allemaal niet bedacht om heel snel rijk te worden over de ruggen van muzikanten, maar slechts om de muziek, en niets dan de muziek. Dus het lijkt mij gepast dit stukje af te sluiten met een welgemeend:

Lang leve Internet!

Gerard Mutsaers

Je moet geregistreerd staan om te kunnen reageren.