Ze stopte pas toen de vlammen blaren in haar huid trokken. De benzine kookte borrelend over haar benen, haar schaamhaar smolt weg met het vuur dat haar venusheuvel beklom en haar borsten verkleurden van wit naar rood onder de blauwe vlammen die langs haar tepels lekten, op zoek naar haar hals. En al die tijd bleef ze met een grimas op haar gezicht doorgaan. Pas toen de vuurtongen van haar schouders omhoog sprongen en haar hoofd in een stinkende walm van brandend haar verdween, toen pas hield ze op. Ze rolde achterover in het hoogpolig tapijt en begon te gillen. Ze gilde en gilde en liet het mes uit haar brandende handen vallen. Het stuiterde over het zachte kleed en rolde voor mijn voeten. Ik moest opschieten. De vlammen kropen over het tapijt en ik was high van de benzine die van mijn kleren afdampte. Ik probeerde het lemmet met mijn tenen naar me toe te trekken.
Dat ze maar doorging, dat was het vreemdste. Kijk, we hebben allemaal onze routines. Even controleren of de deur wel echt dicht is voor je weg gaat, slechte voorspellingen afkloppen op ongeverfd hout, dat vinden we normaal. Maar wat als die gewoontes uit de marge kruipen en je leven zo gaan bepalen, dat je geen andere keus hebt dan je er in te verliezen?
Marinde pikte me op in mijn stamkroeg. Ik liep naar haar toe alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, maar ik kon mijn ogen eigenlijk niet geloven. Marinde was een vleesgeworden natte droom. Haar zwarte haar was opgestoken in een glanzende knot, met sliertjes voor haar oren langs en ze droeg een uiterst minimaal rood jurkje, waaruit twee goddelijke lange benen staken. We dronken wat aan de bar. Ze droeg hoerige maar stijlvolle schoenen en haar borsten duwden tegen de met kant afgezette rand van haar beha. Ze had een mooi gezichtje maar ze frunnikte onophoudelijk aan haar zilveren ringen en ze had een tic bij haar linkeroog. Ik dacht nog dat dat misschien vanwege mij was.
De hele weg naar haar huis aaide ze me door mijn blonde haar en eenmaal thuis sloeg ze me met een zwaar voorwerp op mijn hoofd. Toen ik weer bijkwam stond ze naakt op het tapijt met een knipmes in haar hand en was ik met plastic tie-rips aan de verwarmingsbuizen vastgebonden.
‘Heb je wel eens dwanggedachten?’ vroeg ze me. ‘Rotgedachten, die maar niet weg willen gaan?’ Ik schudde van nee. Ze zette het mes tegen haar slaap en lachte. ‘Je weet wel dat wat je denkt zinloos is, dat het macaber is en onwerkelijk, maar je kunt het toch niet van je af zetten. Het maalt maar door en door, tot je geen adem meer krijgt…’ Ze liep naar me toe en keek me in mijn ogen. ‘Wel eens gehad, dat?’
Ik keek weg.
‘Ik heb er iets op gevonden. Wil je weten wat? Ik doe gewoon precies wat ik in mijn kop krijg! Toen mijn vriend dood ging, hoorde ik de hele tijd “Hak zijn kop er af, hak zijn kop er af!” Dat was heel vervelend. Tot… tot ik het deed. Daarna was het geweldig!’ Marinde likte langs haar lippen en voelde aan haar harde tepels. Ik voelde dat ik een erectie kreeg. Dat zag ze.
‘Raad eens,’ zei ze. ‘Raad eens wat ik daarstraks dacht, in de kroeg?’
‘Wat, toen je mij aan het opgeilen was? “Hak zijn kop er af,” zeker?’ Ze giechelde en knikte van ja. De tussendeuren achter Marinde’s rug stonden open en ik zag een kamer die tot aan het plafond volgepakt stond met perfect symmetrische stapels kranten en flessen, gerangschikt in patronen. Onder een tafel stond een oud aquarium, waarin drie blonde hoofden dreven. Ik rook een chemische lucht. Formaldehyde ofzoiets.
Marinde was niet boosaardig. Goedbeschouwd had ze nooit een keus gehad. Haar geschiedenis liet zich raden, bedacht ik me, terwijl ik tussen mijn oogharen door naar haar keek. Lagere middenklasse, groot gezin. Een getalenteerd maar gevoelig meisje, overbezorgde moeder en een vader die zijn handjes niet thuis kan laten. Ontvlucht zo gauw als het kan het ouderlijk huis, gaat medicijnen studeren. Ontdekt tot haar schrik dat haar tics alleen maar toenemen. Leest dat ze snel onrustig wordt omdat haar serotoninehuishouding makkelijk verstoort raakt. Daar krijgt ze dan dwanggedachten van. Slikt er een tijd medicijnen voor maar besluit dat ze het beter doet zonder. Kickt af van de pillen en compenseert door een compulsieve verzamelwoede te ontwikkelen. Ontmoet een jongen, zeg maar Barry. Barry is het licht van haar leven omdat hij haar neemt zoals ze is. Hij ruimt de flat vol met oude kranten en flessenreeksen een beetje leeg, trekt het zeil los en legt wit hoogpolig tapijt. Marinde ontspant bij Barry en ontdekt dat ze met haar neus in zijn blonde haardos voor het eerst sinds haar kindertijd echt slaapt. Ze vindt het heerlijk om hem te ruiken als ze samen in bed liggen.

‘Los vanaf de nek,’ tolt het door haar hoofd. ‘Los vanaf de nek.’ Marinde krijgt een idee.
Het wijkje waar ze wonen is uitgestorven. Ze opent de achterklep, tilt de fiets en Barry achterin en bedekt alles met een deken. Marinde is al lang niet meer op de faculteit geweest, maar de afdeling anatomie kent ze nog goed. Met een paar minuten is ze het academisch ziekenhuis in en uit. Met een menselijk hoofd in een sporttas op de achterbank rijdt ze weer naar huis. Daarna is het een kwestie van auto wassen, zagen, stampen en nog een keer auto wassen. Met Barry’s hoofd in haar handen en een groeiende rode vlek in haar jurk loopt ze naar het aanrecht. Ze zet het hoofd in de wasbak, om uit te lekken. ‘Serotonine is een rustgevende neurotransmitter,’ fluistert ze. ‘Serotonine is…’ Barry’s lichaam legt ze op een verlaten plek neer, onder zijn fiets. Het verpletterde hoofd uit de snijzaal schudt ze uit een vuilniszak. Daarna rijdt ze naar huis en wachtte op het moment dat de politie belt. Als ze het nieuws hoort begint ze te gillen. Die nacht slaapt ze als een roos, met haar neus in Barry’s blonde haar. Maar door het invriezen en ontdooien verdwijnt zijn lichaamsgeur, en de geur komt niet meer terug, hoe vaak ze zijn hoofd ook met zijn shampoo wast. Hier ongeveer kruisen onze verhaallijnen.
Ik kreeg het mes onder mijn grote teen te pakken en trok het naar me toe. Ik klemde het tussen mijn voeten en begon aan de plastic banden rond mijn enkels. Toen ik los was tilde ik een been hoog op en zaagde zwetend van inspanning aan het plastic om mijn polsen. De berg brandend vlees op het tapijt was ondertussen gestopt met gillen. Het tapijt was goddank brandvertragend en de deur was niet op slot. Zogauw het plastic knapte rende ik naar buiten. Ik kloste de trappen af in het halfdonker, met Marinde’s smeulende naaktheid op mijn netvliezen. Ik zuchtte. Het beeld brandde in mijn cortex, waarschijnlijk voorgoed.

‘Je weet wel dat je hier niet eeuwig door mee kunt gaan hè?’ zei ik. ‘Ze zullen je vinden. Dat wordt TBS tot in de eeuwigheid, dame. Iedere dag mensen die je kamer binnenkomen en alles anders neerzetten. Mensen die je beetpakken, die je uitkleden, die je lijf wassen…’ Ze wist dat ik gelijk had. Haar linkeroog knipperde vervaarlijk en ze beet op haar hand. Ze zwaaide met het mes en gilde: ‘Oh Nee!… Nee hoor! Niemand zal mij ooit vinden!’ Ze holde de keuken in, haalde er een jerrycan en begon zichzelf te overgieten met benzine. Kut. Dat was niet de bedoeling. En toen ze klaar was, begon ze aan mij.
Ze liep de keuken in om de jerrycan weg te zetten en kwam terug met een grote doos lucifers. De hand die het mes vasthield pakte een lange lucifer en streek hem langs de rand van de doos. De gele vlam verteerde de fosforkop en het zweet liep in druppeltjes langs mijn gezicht.
‘Wedden dat je niet weet hoeveel er in zitten?’ zei ik. Ze verstijfde. Ze duwde de doos open en tuurde er in, zenuwachtig tellend met een vinger.
‘Jawel hoor. Drieëntwintig!’ zei ze triomfantelijk. Ik deed of ik ook telde. Toen schreeuwde ik hard als ik kon: ‘Haha! Fout!’ En wat ik hoopte gebeurde. Ze schrok en liet de doos vallen. De lucifers tuimelden er uit en landden tussen de haren van het tapijt. Haar ogen werden groot. Ze liet de brandende lucifer vallen alsof hij niet bestond, zakte op haar knieën en begon de stokjes bij elkaar te zoeken. Het kleed vatte vlam, en al snel daarna ook haar lichaam. De lucifers ontbrandden een voor een, terwijl ze ze oppakte. Ze stopte pas toen de vlammen blaren trokken in haar huid.
Sam Gerrits


