Is het downloaden via internet een bedreiging van de huidige muziekindustrie? Misschien. Maar niet van de muziek.
Sommige muzikanten geven hun muziek zelfs gewoon weg via internet. De jazz-muzikant Steve Coleman bijvoorbeeld. Coleman zet sinds jaar en dag zijn muziek voor het grijpen op zijn site. En als je geen zin hebt om mp3′tjes te downloaden, kun je zijn werk ook op CD bestellen - en krijg je Resistance is futile of Sine Die - aka Death to the Crackdealers thuisbezorgd. Alles gebeurt in eigen beheer: productie, marketing en distributie.
Kazaa, eDonkey, Grokster en al die andere programma’s die geschikt zijn om muziek via internet te downloaden, worden over het algemeen gezien als bedreiging voor de muziekindustrie. Steve Coleman denkt daar duidelijk anders over, en gebruikt internet juist om zijn muziek aan de man te brengen. Copyright op (muzikale) ideeën is hem een gruwel:
“I believe that ideas should be an area that is common to all people. It has been proven that real progress is made when ideas are shared and developed collectively.”
En:
“My main goal is the communication of ideas to the people… why not provide this music for free and thereby facilitating the distribution of this music to the people.”

Allemaal leuk en aardig, die artistieke vrijheid, maar waar lééft Coleman dan van?! Het argument tegen het gratis uitwisselen van mp3’s via internet is immers dat muzikanten net echte mensen zijn en dus niet van de lucht kunnen leven. Om in het levensonderhoud te kunnen voorzien hebben ze het geld nodig dat via de cd-verkoop binnenstroomt of -druppelt. De vraag blijft dus: waar leeft Coleman dan van? Niet van de verkoop van zijn cd’s, zoveel is duidelijk. Maar Coleman’s website biedt naast het gratis downloaden van muziek ook de mogelijkheid om Coleman en zijn groep te boeken voor optredens. En dat gebeurt zo vaak, dat hij toch als professioneel muzikant in zijn onderhoud kan voorzien.
“Sometimes I personally make a profit on performances that my group does, sometimes I break even, other times I actually lose money. Overall I manage to make a living.”
Interne link
Als zelfs een betrekkelijk obscure artiest als Coleman volgens dit ‘business model’ kan werken, dan moet het voor bekendere artiesten helemaal te doen zijn. Zij kunnen meer vragen voor een optreden, en hebben daarnaast ook nog inkomsten uit merchandising: T-shirts, posters, pennen, knuffelbeertjes. Naast Coleman zijn verschillende andere artiesten, Janis Ian is de bekendste, er ook toe overgegaan om hun muziek kosteloos of tegen geringe vergoeding aan te bieden via internet. En het werkt! Ian verdient zelfs meer dan toen ze zat weggestopt bij een platenmaatschappij waar de jongens van de verkoopafdeling niet goed wist wat ze aanmoesten met een lesbische zangeres die geen zin meer had om haar hits van jaren geleden te herkauwen.
Kortom: beroemdheden die klagen over het platte winstbejag van hun platenmaatschappij hebben eigenlijk geen recht van spreken. Als ze durven, kunnen ze de hele platenindustrie lamleggen. Sterker nog; het lijkt er op dat de beroemdheden zelf net zo goed rondlopen met de dollartekens in hun ogen. De meesten lijken er niet over te piekeren om hun muziek gratis aan te bieden. Geld moet er komen, en met een beetje nemen ze geen genoegen! Wat dat betreft lijken ze net die jonge voetballers die alleen nog maar tegen een bal willen trappen als de wedstrijd ze een salaris ter waarde van een gloednieuwe jaguar oplevert.

Jan Bletz


