Interview met John Lennon
Geplaatst onder Muziek op 1 december 2001 door Leendert Douma
Print

It’s been a hard day’s night,
and I’ve been working like a dog.
It’s been a hard day’s night,
I should be sleeping like a log.
Maar…
Het is volbracht!
Ik wist dat het interviewen van allang overleden beroemdheden mogelijk was. Maar dat het zo’n gedoe zou zijn, dat had ik niet vermoed. Drie avonden lang ben ik in de weer geweest met een glaasje en een bord met letters. Omdat ‘de dood van John Lennon’ dit jaar volwassen is geworden - op 8 december was het 21 jaar geleden dat hij voor de deur van zijn woning in New York werd neergeschoten - en omdat hij weer herenigd is met die andere Beatle, leek het me een goed idee om eens paranormaal contact te zoeken.

Urenlang bewoog het glaasje over het bord. Dat ging langzaam, zeg! En dan die antwoorden van Lennon… Veelvuldig gebruikte hij de clichés die hij ook al bezigde toen hij nog onder de levenden was. Gevraagd naar het verschil tussen een levend en een dood bestaan antwoordde hij: “Life is what happens to you while you’re busy making other plans.” Ja ja, zo kennen we er nog wel een paar.
En voor zijn mening over de nasleep van de schokkende gebeurtenissen van elf september jongstleden had ik net zo goed in de platenkast kunnen duiken. “All I am saying, is give peace a chance“, schoof het glas over het bord. Om te vervolgen met: “War is over if you want it” en “All you need is love, ta-ta-ta-da-da“. “You may say I’m a dreamer“, voegde hij daar ook nog aan toe, “but I’m not the only one.”
Duh!

Maar ik zette door. Hieronder de meest interessante resultaten van drie avonden ‘glaasje draaien’.

Maandagavond

Heb je George Harrison alweer gesproken?
“Ja, hoewel hij niet veel tijd had. Als er hier een celebrity binnenkomt, wil iedereen met hem of haar spreken. Het was mooi, zijn intocht was glorieus. Uit de speakers klonk Here comes the sun. George is altijd een beetje het lievelingetje van de directeur geweest, zeker sinds hij My Sweet Lord had opgenomen. De directeur houdt wel van een beetje zweverige types, die ook een beetje zoeken in andere religies.”

Wat vond je van zijn werk?
“Goed! Achteraf heb ik er spijt van dat we hem bij the Beatles niet wat meer de ruimte hebben gegeven. In ieder geval twee van de mooiste Beatle-songs staan op zijn naam: Here comes the sun en While my guitar gently weeps. Waar ik hem ook eeuwig dankbaar voor zal zijn is dat hij de jongens van Monty Python geholpen heeft, met zijn productiemaatschappij.
De directeur was daar overigens minder blij mee. Hij vond The life of Brian lichtelijk blasfemisch. Bij de intocht van Graham Chapman klonk daarom geen muziek, maar met een stel dissidenten hebben we stiekem Always look at the bright side of life gezongen.”

Klonk er eigenlijk muziek bij jouw intocht?
“Niet uit de Officiële Speakers. Maar het ‘dissidentenkoortje’ zong Imagine. Stiekem zijn ze alvast The ballad of John and Yoko aan het instuderen, om te zingen bij onze hereniging. Lief hè?”

Mis je Yoko erg?
“Ja, vreselijk… Mag ik even het woord tot haar richten? Dank je. Woman, let me tell you again and again and again: I love you, yeah yeah, now and forever.”

Ja, daar was ik al bang voor. Het gesprek verzandde in eindeloze liefdesverklaringen aan mevrouw Ono. Ik stond op om een biertje uit de koelkast te pakken. Teruggekomen schoof het glas nog gestaag over het bord: “Hold on Yoko, Yoko hold on. It’s gonna be allright. You’re gonna make the flight.”

John, please please me! Dat doe je maar in je eigen tijd! Vriendelijk doch dringend verbrak ik het contact. Morgen zouden we verder gaan.

Dinsdagavond

Volg je de verrichtingen van Paul McCartney ook nog een beetje?
“Ja, maar wat een droogkloot is dat geworden, zeg. Hij maakt melige, oubollige shit. Dat was eigenlijk bij de Beatles al zo. Yesterday was vreselijk… Voor the Beatles gold: ik was de angel, Paul was de engel. (I was the walrus.) Ik ben blij dat we na 1970 uit elkaar zijn gegaan. Met de Wings deed hij nog wel wat aardige dingen. Band on the run vond ik erg goed. Maar na mijn dood heb ik niet veel soeps meer van hem gehoord.
Op sociaal vlak vond ik het jammer dat de Beatles uit elkaar gingen. Ik mocht Paul graag, en Linda ook. Ik heb nu nog wel contact met Linda McCartney. We hebben alles uitgesproken. ‘No hard feelings’, zei ze toen ze hier kwam. Ik hoop dat dat straks ook geldt voor Paul en Yoko. (It’ll be just like) starting over, starting over.”

En wat vindt je van de muziek van je zoons, Julian en Sean?
“Weet je, sinds m’n dood kijk ik best veel voetbal. Engels voetbal natuurlijk, ik ben nog steeds fan van Liverpool. Maar een tijdje geleden speelde bij Manchester United een blonde jongen die Jordi heette. Jordi Cruijff, een aardig voetballertje. Maar lang niet zo goed als zijn vader, Johan Cruijff, was. Helaas geldt hetzelfde voor Julian en Sean. Maar ach, het maakt allemaal niet zo veel uit. Het zijn allebei beautiful boys (darling boys).”

Wat heb je verder gedaan sinds 1980? Hoe breng je je tijd door?
Whatever gets me through the night…Ik lees veel, en praat veel met mijn lotgenoten. Met Sigmund Freud bijvoorbeeld. Ik heb speciaal Duits geleerd om bij hem in therapie te kunnen. Playing those mindgames, heerlijk! Verder spreek ik Timothy Leary wel eens, en mijn grote vriend Frank Zappa.”

Musiceren jullie dan samen?
“Soms, stiekem. Net als met het dissidentenkoortje. Muziek mag alleen als de directeur zijn goedkeuring geeft. We zitten voornamelijk herinneringen op te halen, een beetje onze tijd uit te zitten…”

De sfeer in mijn huiskamer leek te veranderen, treuriger te worden. Het glas bewoog nog langzamer over het bord dan voorheen.

“Weet je? Eigenlijk is er hier niet zoveel te beleven… Help me if you can, I’m feeling down. And I do appreciate you being ’round.”

Ik beloofde plechtig de volgende avond terug te komen.

Woensdagavond

Heb je Jezus Christus al eens ontmoet? En heb je hem je excuses aangeboden voor je opmerking dat de Beatles populairder waren dan hij?
“Waarom zou ik mijn excuses aanbieden? Het was toch zo? En sindsdien is zijn populariteit alleen nog maar afgenomen. Daar maken ze zich hier overigens best zorgen over.”

Jij hoeft je geen zorgen te maken over je populariteit op aarde.
A working class hero is something to be.”

In 1997 is er een planetoïde naar je vernoemd…
“Leuk, hè? Ik voelde me wel vereerd. Ik breng ook er veel tijd door. Op zich is het niet zo’n bijzondere plek, gewoon een stuk steen. Maar het ligt tussen Mars en Jupiter. Het uitzicht is er ongelooflijk. Je kan er heel ver kijken, across the universe.”

Maar heb je Christus nou ontmoet?
“Uit je vraag merk ik dat je niet goed begrijpt hoe het hier toegaat. Hoe langer je hier bent, hoe meer je gaat vervagen. J.C. zit hier al bijna 2000 jaar. Daar is niet veel meer van over, hoor!”

Vervaag je dan helemaal?
“Nee, wat overblijft is een soort van gloed… Well, we all shine on, like the moon and the stars and the sun.”

Bestaat er ook zo’n gloed van God himself?
God is a concept, by which we measure our pain.”

Toen begon ik toch echt genoeg te krijgen van alle songtitels en tekstfragmenten. Een echt zinnig gesprek is op zo’n manier niet te voeren. Ik gaf Lennon nog één kans:

Laatste vraag. Heb je nog een boodschap voor de levenden?
Happy X-mas, war is over. Oh ja, en power to the people!”

Bedankt, John, ik kap ermee. Ik ga maar eens een cd-tje opzetten. Iets van Eminem. Wellicht ook een ideetje voor het dissidentenkoor?

Leendert Douma

Je moet geregistreerd staan om te kunnen reageren.