"For to be possessed of good mental powers is not sufficient; the principal matter is to apply them well." Rene Descartes (1637) in "Discourse de la Méthode" Laten we eerlijk zijn, Descartes' uitspraak 'cogito, ergo sum' - ofwel 'ik denk, dus ik besta' - is zo vaak gebruikt en misbruikt in titels van theaterstukken, in reclames voor auto's, schoonheidsmiddelen, uitvaartverzekeringen en in andere uitgerekte verbanden dat de kracht inmiddels geheel en al verloren is gegaan. Net als bekendheid met Shakespeare's werk bekrachtigen middels de zinsnede "to be or not to be", is het echt volslagen ongedaan om kennis van de filosofie aan te tonen middels deze drie grijsgedraaide woorden van Descartes. Ergerlijk is dat de sprekers maar zelden de context van deze fameuze uitspraak kennen en deze de rest van Descartes' erfgoed grotendeels heeft overschaduwd. Hoewel het zo mag lijken, Descartes' denken is niet gestagneerd nadat hij had geconstateerd dat hij bestond. René Descartes De eerste jaren Vlakbij het Franse stadje La Haye werd op 31 maart 1596 René Descartes geboren, de tweede zoon in een gezin van drie kinderen. Moeder Descartes stierf al snel na zijn geboorte en aangezien zijn vader, een rijke rechter, praktijk hield in het ver weg gelegen Brittany, kwam de opvoeding van de kleine René neer op de schouders van zijn grootmoeder en de twee oudere kinderen. Nog voor zijn tiende jaar werd Descartes door zijn vader, die geïmponeerd was door de vroegrijpheid van zijn zoon, naar het pretentieuze la Flèche gestuurd alwaar hij onderwezen werd in literatuur, linguïstiek, filosofie, theologie, natuurwetenschappen en wiskunde. Descartes ontpopte zich als een van de beste studenten van de school, een status die hem persoonlijke privileges opleverde. Zo was het Descartes toegestaan om 's ochtends nog lang nadat andere studenten zich al bij de klaslokalen hadden verdrongen, in bed te blijven liggen. Een versie wil dat dit voorrecht hem werd verleend vanwege zijn delicate gezondheid, een ander dat hij zijn leermeesters had weten te overtuigen dat hij het beste denkwerk in bed verzette. Hoe het ook zij, Descartes misbruikte dit recht niet en het ochtendlijke denken in zijn sponde ontwikkelde zich tot een levenslange gewoonte. Toen hij in 1647 de Franse mathematicus Blaise Pascal ontmoette vertrouwde hij deze toe dat de enige manier om goed werk te verrichten op het gebied van de mathematica én de gezondheid te bewaren was ervoor te zorgen dat niemand hem zijn bed uitjoeg voordat hij er klaar voor was. Een uitspraak die wellicht wat overdreven sensitief in de oren klinkt maar profetisch zou blijken te zijn. Op zestienjarige leeftijd studeerde Descartes af als beste student van de beste school van het land en hij trok naar Parijs waar hij, zoals dat een onafhankelijke en vermogende jongeman past, wat tijd verdeed met jeugdige uitspattingen. Al snel echter liep hij Marin Mersenne tegen het lijf, een Franciscaanse monnik die eveneens aan La Flèche had gestudeerd. Samen met Mersenne, die bekend zou worden om zijn werk op het gebied van de priemgetallen, en Claude Mydorge, die zich bezighield met geometrie en veel van Appolonius' bewijzen sterk versimpelde, werkte Descartes vol enthousiasme enkele jaren aan mathematische problemen. Mydorge en hij deden eveneens onderzoek naar breking van licht, waarvoor Mydorge de optische instrumenten fabriceerde. Aan deze vruchtbare en intellectueel bevredigende periode kwam een einde toen Mersenne, die zich ontpopt had als mentor van Descartes en fungeerde als zijn intellectuele en geestelijke steun en toeverlaat, uit Parijs ontboden werd. Descartes bleef verloren achter. Marin Mersenne Jeugdige twijfel of doorwrochte kritiek Na het vertrek van Mersenne overviel Descartes het gevoel dat al zijn academische kennis en werk onzeker was en goed voor niets. De gedachte dat de wetenschap hem niets dan twijfel had gebracht, kwelde hem en hij schreef: "When I noticed how many different opinions learned men may hold on the same subject, despite the fact that no more than one of them can ever be right, I resolved to consider almost as false any opinion which was merely plausible From my childhood I lived in a world of books taught that by their help I could gain a clear and assured understanding of everything useful in life But as soon as I had finished the course of studies which usually admits one to the ranks of the learned I found myself so saddled with doubts and errors that I seemed to have gained nothing in trying to educate myself unless it was to discover more and more fully how ignorant I was." (Discourse de la Méthode, 1637) Over al de hem aangedragen disciplines, sprak hij zijn ongenoegen uit en hij somde alle tekortkomingen op: "[Classics] when one is too curious about things which were practiced in past centuries, one is usually very ignorant about those which are practiced in our own time... [Literature] makes us imagine a number of events as possible, and those who regulate their behavior by the examples they find in books are apt to fall into the extravagances of knights of romances I esteemed eloquence most highly and I was enamoured of poesy, but I thought that both were gifts of the mind rather than fruits of study... Most of all I was delighted with mathematics because of the certainty of its demonstrations and the evidence of its reasoning; but I did not yet understand it's true use.. I honored out theology and aspired as much as anyone to reach to heaven, but having learned to regard it as a most highly assured fact that the road is not less open to the most ignorant than to the most learned, and that the revealed truths which conduct thither are quite above our intelligence, I should not have dared to submit them to the feebleness of my own reasoning... Philosophy... seeing that it has been cultivated for many centuries by the best minds that have ever lived, and that nevertheless no single thing is to be found in it which is not a subject of dispute, and in consequence which is not dubious, I had not enough presumption to hope to fare better there than other men had done..." (Discourse de la Méthode, 1637) Gedurende deze crisis trok Descartes zich enige tijd terug in het stadje St. Germain, waar hij zijn mentale inzinking in eenzaamheid doorstond. Of deze episode slechts gezien moet worden als een identiteitscrisis van een overmatig geschoolde jongeman die nodig zijn horizon eens moest verbreden, dan wel, zoals sommige commentators beweren, tekenen vertoonde van lichte schizofrenie waarbij 'depersonalisatie' en de waarneming van mensen als machines, beroofd van emoties kenmerkend is, een visie die terug te vinden is in Descartes' latere dualisme is onduidelijk. Zeker is dat Descartes sinds deze 'bezinning' zijn hele leven eenzaamheid zou prefereren boven gezelschap, zijn eigen ideeën boven die van anderen en een sceptische kijk op de wereld, kennis en het waargenomene ontwikkelde die zou uitmonden in zijn 'methode'. Descartes Mersenne Mydorge Openbaringen In 1618 gaf Descartes zijn zelfgekozen isolement op om - zoals het in die tijd een man van zijn stand betaamde ofwel soldaat te worden ofwel geestelijke - toe te treden tot het leger. Deze toetreding tot de wereld van het gewone volk diende tevens om na te gaan of de wereld van de praktische ervaring hem meer zekerheid zou bieden dan de ivoren toren van de wetenschap. Puur omwille van nabijheid en ondanks zijn katholieke achtergrond, meldde Descartes zich aan bij het protestantse leger van prins Maurice van Nassau dat op dat moment gekwartierd was in Breda. Alhier maakte Descrates kennis met de wiskundige Isaac Beeckman, die hij staande hield om een wiskundig vraagstuk dat uitnodigend op een publieke muur was bevestigd, voor hem te vertalen daar Descartes het Vlaams niet eigen was. Binnen enkele uren loste Descartes het geometrische probleem op een warme vriendschap ontstond tussen hem en Beeckman, die voor enige tijd de rol op zich nam die Mersenne enkele jaren eerder had vervuld. Beeckman wist Descartes' intellectuele interesses te doen herleven tot ook hij ontboden werd en Descartes opnieuw alleen achterbleef. Inmiddels was het Descartes duidelijk dat de mannen van de praktijk niet meer wijsheid kenden dan die van de wetenschap en zeker niet gelijkgestemder waren. Daar Descartes geen reden meer zag om in Breda te blijven, besloot hij het leven eens van de andere kant te bekijken en zich aan te sluiten bij de katholieke strijdkrachten van Maximiliaan I te Bavaria. In plaats van rechtstreeks naar zijn nieuwe standplaats te reizen, trok Descartes via Noord-Duitsland en Polen. Tijdens deze reis had Descartes een plotseling inzicht. De legende wil dat Descartes gedurende een van zijn ochtendlijke meditaties tussen de lakens de vlucht van een vlieg lag te bestuderen toen hij zich realiseerde dat de positie van de vlieg te allen tijde precies gedefinieerd kon worden door drie cijfers, namelijk de afstand van de vlieg tot twee muren en het plafond. Generaliserend betekende dit dat elk willekeurig punt op vergelijkbare wijze gedefinieerd kon worden middels de numerieke afstanden tot willekeurige lijnen of vlakken en ook geometrische curven zouden op die manier beschreven kunnen worden. Ofwel, Descartes had een manier gevonden om de voorheen gescheiden disciplines van geometrie en algebra te verenigen en integreren. Hiermee had hij zijn eigen bezwaar tegen de wiskunde, namelijk dat deze wetenschap praktisch nut ontbeerde, opgeheven. Descartes' 'methode' van eeuwige twijfel Bij aankomst in herfstig Bavaria besloot Descartes zijn soldaatschap uit te stellen tot de lente en zich over te geven aan een periode van intense 'meditatie'. De grote vraag waarmee hij zijn hersenen geselde was hoe de overige wetenschappen tot eenzelfde zekerheid van resultaten zouden kunnen komen als de wiskunde. Wederom nam zijn twijfel aan alle kennis obsessieve en angstaanjagende proporties aan, totdat twee inzichten hem het pad naar de formulering van zijn 'methode' wezen. Zijn eerste inzicht betrof de gedachte dat het werk van meerderen vaak minder perfect is dan het werk van een enkeling. " I thought that the sciences found in books in those at least whose reasonings are only probable and which have no demonstrations, composed as they are of the gradually accumulated opinions of many different individuals do not approach so near to the truth as the simple reasoning which a man of common sense can quite naturally carry out respecting the things which come immediately before him." (Discourse de la Méthode, 1637) Deze gedachte vormde voor Descartes voldoende aanleiding om toe te geven aan zijn neiging tot eenzaam onderzoek, de 'verwaande' expertise van zogenaamde autoriteiten aan zijn laars te lappen en slechts nog gehoor te geven aan zijn eigen opvattingen en verstand. Het tweede inzicht betrof de basis van de wiskundige wetenschap; middels een klein aantal evidente en onomstotelijke axioma's kon men komen tot ingewikkelder doch eveneens onomstotelijke theorema's. Eenzelfde systematische manier van redeneren zou de andere wetenschappen ten goede komen, zo meende Descartes. De manier om tot de axioma's van de overige wetenschappen te komen was volgens hem systematische twijfel; de enige weg naar zekerheid was de route van de niet-aflatende twijfel om dan als axioma aan te nemen alleeen dat wat onbetwijfelbaar blijkt. Alles goed en wel maar hoe kon hij zich ervan verzekeren dat zijn methode van systematische twijfel daadwerkelijk zou leiden tot het vinden van onomstotelijke waarheden? In de memorabele nacht van 10 november 1619 droomde Descartes van een boek met de tekst 'welk pad in dit leven zal ik bewandelen?'. Een vreemdeling kwam langs en sprak over een gedicht dat begon met de woorden 'ja en nee'. Toen verdwenen de man en het boek maar het boek kwam terug, geheel vernieuwd en nu voorzien van prachtige gravures. Descartes interpreteerde de verschijning van het vernieuwde boek als een zegenwens voor zijn nieuwe ideeën; als hij deze zou volgen zonder zich iets aan te trekken van de autoriteiten, dan zouden grootste resultaten het gevolg zijn (een interpretatie die later door Sigmund Freud, zoals we weten autoriteit op het gebied van de droomduiding, als 'niet onredelijk' werd bestempeld). In de navolgende jaren werkte Descartes zijn methode uit in het nooit voltooide werk 'Rules for the direction of the mind'. Hierin schreef hij onder meer dat de elementaire axioma's moesten voldoen aan de eisen der 'zuiverheid' ofwel, onmiddellijk door de ervaring gegeven en 'distinctie' ofwel, niet vatbaar voor verdere analyse of twijfel. In 1628 had Descartes echter nog steeds niets gepubliceerd en hij was een onbekend personage totdat hij overvallen door moed het woord nam bij een scheikundelezing die gegeven werd door een zekere Chandoux. Hoewel het publiek onder de indruk was, waren Chandoux's ideeën onacceptabel voor Descartes omdat deze wellicht wel zuiver waren maar zeker niet distinct. Descartes kritiek maakte indruk op een invloedrijke kardinaal die zich eveneens onder het publiek bevond. Deze drong er bij Descartes op aan zijn ideeën te publiceren maar ondanks deze sterkende ervaring, maakte Descartes maar weinig progressie. Het Parijse leven leidde hem af en hij besloot naar Nederland te verhuizen waar hij twintig jaar zou verblijven en zijn anonimiteit waarborgde door in die periode vierentwintig keer te verhuizen en zelden een nazendadres achter te laten. Uiteindelijk rondde hij in 1633 een lang, in Frans geschreven manuscript af met de titel 'Le Monde' waarin zowel zijn ideeën over natuurkunde als fysiologie aan de orde kwamen. Net echter toen Descartes zijn werk naar de drukker wilde brengen, vernam hij het nieuws dat Galileo veroordeeld was door de inquisitie wegens zijn ondersteuning van Copernicus' idee dat niet de aarde maar de zon het middelpunt van het universum was. Descartes onderschreef in 'Le Monde' eveneens dit wereldbeeld en hoewel hij in het Protestantse Nederland niet bang hoefde te zijn voor vervolging, besloot hij toch 'Le Monde' achter te houden daar hij, als katholiek, wilde voorkomen dat zijn werk aan de katholieke universiteiten geen gehoor zou vinden. Reneetje! Het cogito Na 'Le Monde' spendeerde Descartes vier jaar aan het schrijven van verschillende verhandelingen over optiek, meteorologie en geometrie, alle onderwerpen die hij kon behandelen zonder zijn visie op de constellatie van het universum prijs te geven. In 1637 publiceerde hij deze werken samen met de biografisch getinte verhandeling over zijn methode 'Discourse de la Méthode pour bien conduire sa raison et chercher la vérité dans les sciences'. Net als Galileo publiceerde Descartes in zijn moedertaal in plaats van het gebruikelijke Latijn, waarmee hun werk bereikbaar was voor het grote publiek en zij meewerkten aan de democratisering van de wetenschap. In 'Discourse de la Méthode' beschreef Descartes de methode van de systematische twijfel en zette zijn gehele gedachtegang uiteen. Zo schreef hij dat in de eerste instantie alles voor twijfel vatbaar leek, en dat het best kon zijn dat de zaken die hem zuiver en distinct voorkwamen, illusies waren of zich slechts als zodanig aan ons voordoen door de wellicht gebrekkige opbouw van onze zintuigen. Uiteindelijk leidde al dit twijfelen echter tot één idee dat onomstotelijk waar leek te zijn: "Finally, as the same percepts that we have when awake may come to us when asleep without their being true, I decided to suppose that nothing that ever entered my mind was more real then the illusions of dreams. But I soon noticed that while I thus wished to think everything false, it was necessarily true that I who thought so was something. Since this truth, I think, therefore I am, of exist, was so firm and assured that all the most extravagant suppositions of the skeptics were unable to shake it, I judged that I could safely accept it as the first principle of the philosophy that I was seeking." (Discourse on Method, 1637) René Ofwel: hij kon alles in twijfel trekken, zelfs zijn zintuigen, het bestaan van zijn lichaam en de fysieke wereld, behalve de realiteit van zijn eigen twijfelende geest. Dit cogito van Descartes was op zich niet nieuw. St. Augustinus (354-430 na Chr.) had al geschreven "If I am deceived, I exist" en Parmenides (475 v. Chr.) "for it is the same thing to think and to be". Na Descartes werd de introspectieve manier van werken, het bekijken van de producten van de geest én de geest zelf, echter gemeengoed in de filosofie. Na zijn eerste axioma te hebben geformuleerd, boog Descartes zich over de vraag hoe het kan dat bepaalde concepten, bijvoorbeeld 'de geest', ondanks dat deze nooit (in hun geheel) worden waargenomen, toch volkomen zeker zijn. Net zo konden concepten als 'werkelijkheid', 'perfectie' en 'oneindigheid' nooit volledig worden waargenomen. Descartes was van mening dat deze concepten, onafhankelijk van maar mogelijk wel opgewekt door ervaring, het product zijn van het denken zelf, waarna hij deze concepten 'aangeboren' noemde. Descartes wordt dan ook wel een rationalist genoemd omdat in zijn filosofie de rede fundamenteler is dan de zintuigelijke ervaring, dit in tegenstelling tot de empiristische filosofie waarbij er vanuit gegaan wordt dat de geest voortkomt uit of een product is van zintuigelijke ervaring en er geen ideeën bestaan zonder referentie naar de werkelijkheid zoals die tot ons komt via de zintuigen. Ook heet Descartes wel een nativist te zijn daar hij aangeboren ideeën veronderstelde. Mechanisering en materialisering Net als het cogito was Descartes dualisme, de scheiding tussen lichaam en geest, op zich niet nieuw. Descartes breidde het dualisme echter uit. Zo formuleerde hij een interactief dualisme waarbinnen veel belangrijke karakteristieken niet tot een van de twee entiteiten toegeschreven kunnen worden, maar het product zijn van de interactie tussen beide. Zo zou een geest zonder lichaam slechts toegang hebben tot de aangeboren ideeen. Het lichaam verrijkt dus de geest door (materiele) ervaringen en de geest voorziet het lichaam van rationaliteit en de vrije wil. Tevens ging Descartes veel verder dan zijn voorgangers in de mechanisering van de mens door vermogens van de mens die tot dan toe toegeschreven waren aan de geest denk aan geheugen, leren, voorstellingsvermogen en 'gezond verstand' als eigenschappen van het lichaam te beschouwen. Veel tijdgenoten waren dan ook van mening dat Descartes 'de christelijke geest had geëlimineerd' daar de enige eigenschap die Descartes met zekerheid toeschreef aan de geest niet onsterfelijkheid was maar het bewustzijn of het vermogen te denken. de mens een machine? Het menselijk lichaam werd volgens Descartes, net als het lichaam van dieren, in beweging gezet middels een soort pijpleidingensysteem waardoor levenssappen stromen die het geheel op mechanische wijze sturen door stromen te doen aanzwellen, kleppen te openen en niveaus te doen stijgen of dalen. De geest en het lichaam interacteren doordat de geest, die het lichaam bijstuurt vanuit de pijnappelklier, een medierende rol speelt in gedrag. Hoewel het lichaam dus zonder geest machinematig kan werken dieren zijn daarvan het levende bewijs maakt de toevoeging van de geest het gedrag bewust en tot op zekere hoogte rationeel en vrijwillig. Middels de pijnappelklier kan de geest de stromen van de levenssappen enigszins richten en versterken of verzwakken. De geest is echter niet altijd succesvol in het sturen van gedrag. Bij sterke emoties, bijvoorbeeld woede, is de mechaniek van het lichaam sterker dan de moraal van de geest en wordt toch geslagen of gedood ook al is de mens zich geestelijk bewust van de immoraliteit van deze handeling. Ofwel: de stroom van levenssappen is dan zo sterk dat beïnvloeding via de klier niet leidt tot voldoende bijsturing en het lichamelijke het wint van het rationele. De geest en het lichaam zijn volgens Descartes dan ook in een voortdurende machtstrijd verwikkeld waarbij de rationele geest het bandeloze lichaam onder controle probeert te krijgen. De laatste jaren In 1641 publiceerde Descartes 'Méditations métaphysiques' en in 1644 'Principes de philosophie', twee werken die tot zijn afschuw controverse ontlokten en die verbannen werden van verschillende universiteiten omdat ze atheïsme zouden promoten en een leven als vrijdenker. Hoewel Descartes in zijn methode wel een soort antiautoritaire houding predikte, wilde hij zelf tegen elke prijs voorkomen dat hij verketterd of verstoten zou worden. In 1649 publiceerde hij nog 'Passions de l'âme' maar de rest van zijn gedachten bracht hij niet naar de drukker. Wel uitte hij zijn denkbeelden in zijn vele brieven. Ook met de Zweedse koningin Christina onderhield hij een intellectueel getinte correspondentie en toen zij hem in 1649 vroeg naar Zweden te komen om in haar residentie te vertoeven, gaf Descartes zijn lang gekoesterde anonimiteit op voor een leven aan het hof. Vanaf het begin bleek deze beslissing ellendig daar Descartes gevraagd werd een deel van zijn kostbare tijd te besteden aan het schrijven van verzen die onderdeel uitmaakten van de theaterstukken waarin Christina's bekwaamheden en verdiensten werden geroemd. Tevens eiste de koningin dat haar filosofielessen 's ochtends om vijf uur zouden aanvangen. Plots was Descartes genoodzaakt zijn warme bed waarin menig geniale gedachte tot hem was gekomen, voor dag en dauw te verruilen voor de bitterkoude Zweedse winter en aldus zijn gewoonte, die hij geroemd had om de positieve geestelijke en lichamelijke gevolgen, op te geven. Al enkele maanden na zijn aankomst kreeg Descartes longontsteking en op 11 februari 1650 stierf hij aan de gevolgen. het hydraulische systeem dat de mens is Hoewel veel van Descartes veronderstellingen onjuist bleken bijvoorbeeld de prominente rol van de pijnappelklier, het hydraulische systeem dat het lichaam in beweging zet, de basale elementen vuur, lucht en aarde waaruit het hele universum zou zijn opgebouwd, en zijn denkbeelden betreffende de werking van de optiek - hebben al deze ideeën wel aanleiding gegeven tot vruchtbaar onderzoek. In de psychologie zijn Descartes' ideeën bijvoorbeeld terug te vinden in de behavioristische stroming waarbinnen de rol van de geest tot een minimum werd beperkt en veel 'geestelijke' eigenschappen vertaald werden in ketens van stimuli en (automatische) responsen. Ook zien we de voortdurende strijd tussen het basale en lichamelijke en het morele en rationele terug in Freud's model van de mens. Sofie van der Sluis L'edicola; WB-archief meer stukken van deze auteur meer stukken in deze categorie alle in het archief
"For to be possessed of good mental powers is not sufficient; the principal matter is to apply them well." Rene Descartes (1637) in "Discourse de la Méthode" Laten we eerlijk zijn, Descartes' uitspraak 'cogito, ergo sum' - ofwel 'ik denk, dus ik besta' - is zo vaak gebruikt en misbruikt in titels van theaterstukken, in reclames voor auto's, schoonheidsmiddelen, uitvaartverzekeringen en in andere uitgerekte verbanden dat de kracht inmiddels geheel en al verloren is gegaan. Net als bekendheid met Shakespeare's werk bekrachtigen middels de zinsnede "to be or not to be", is het echt volslagen ongedaan om kennis van de filosofie aan te tonen middels deze drie grijsgedraaide woorden van Descartes. Ergerlijk is dat de sprekers maar zelden de context van deze fameuze uitspraak kennen en deze de rest van Descartes' erfgoed grotendeels heeft overschaduwd. Hoewel het zo mag lijken, Descartes' denken is niet gestagneerd nadat hij had geconstateerd dat hij bestond.
De eerste jaren Vlakbij het Franse stadje La Haye werd op 31 maart 1596 René Descartes geboren, de tweede zoon in een gezin van drie kinderen. Moeder Descartes stierf al snel na zijn geboorte en aangezien zijn vader, een rijke rechter, praktijk hield in het ver weg gelegen Brittany, kwam de opvoeding van de kleine René neer op de schouders van zijn grootmoeder en de twee oudere kinderen. Nog voor zijn tiende jaar werd Descartes door zijn vader, die geïmponeerd was door de vroegrijpheid van zijn zoon, naar het pretentieuze la Flèche gestuurd alwaar hij onderwezen werd in literatuur, linguïstiek, filosofie, theologie, natuurwetenschappen en wiskunde. Descartes ontpopte zich als een van de beste studenten van de school, een status die hem persoonlijke privileges opleverde. Zo was het Descartes toegestaan om 's ochtends nog lang nadat andere studenten zich al bij de klaslokalen hadden verdrongen, in bed te blijven liggen. Een versie wil dat dit voorrecht hem werd verleend vanwege zijn delicate gezondheid, een ander dat hij zijn leermeesters had weten te overtuigen dat hij het beste denkwerk in bed verzette. Hoe het ook zij, Descartes misbruikte dit recht niet en het ochtendlijke denken in zijn sponde ontwikkelde zich tot een levenslange gewoonte. Toen hij in 1647 de Franse mathematicus Blaise Pascal ontmoette vertrouwde hij deze toe dat de enige manier om goed werk te verrichten op het gebied van de mathematica én de gezondheid te bewaren was ervoor te zorgen dat niemand hem zijn bed uitjoeg voordat hij er klaar voor was. Een uitspraak die wellicht wat overdreven sensitief in de oren klinkt maar profetisch zou blijken te zijn. Op zestienjarige leeftijd studeerde Descartes af als beste student van de beste school van het land en hij trok naar Parijs waar hij, zoals dat een onafhankelijke en vermogende jongeman past, wat tijd verdeed met jeugdige uitspattingen. Al snel echter liep hij Marin Mersenne tegen het lijf, een Franciscaanse monnik die eveneens aan La Flèche had gestudeerd. Samen met Mersenne, die bekend zou worden om zijn werk op het gebied van de priemgetallen, en Claude Mydorge, die zich bezighield met geometrie en veel van Appolonius' bewijzen sterk versimpelde, werkte Descartes vol enthousiasme enkele jaren aan mathematische problemen. Mydorge en hij deden eveneens onderzoek naar breking van licht, waarvoor Mydorge de optische instrumenten fabriceerde. Aan deze vruchtbare en intellectueel bevredigende periode kwam een einde toen Mersenne, die zich ontpopt had als mentor van Descartes en fungeerde als zijn intellectuele en geestelijke steun en toeverlaat, uit Parijs ontboden werd. Descartes bleef verloren achter.
Jeugdige twijfel of doorwrochte kritiek Na het vertrek van Mersenne overviel Descartes het gevoel dat al zijn academische kennis en werk onzeker was en goed voor niets. De gedachte dat de wetenschap hem niets dan twijfel had gebracht, kwelde hem en hij schreef: "When I noticed how many different opinions learned men may hold on the same subject, despite the fact that no more than one of them can ever be right, I resolved to consider almost as false any opinion which was merely plausible From my childhood I lived in a world of books taught that by their help I could gain a clear and assured understanding of everything useful in life But as soon as I had finished the course of studies which usually admits one to the ranks of the learned I found myself so saddled with doubts and errors that I seemed to have gained nothing in trying to educate myself unless it was to discover more and more fully how ignorant I was." (Discourse de la Méthode, 1637) Over al de hem aangedragen disciplines, sprak hij zijn ongenoegen uit en hij somde alle tekortkomingen op: "[Classics] when one is too curious about things which were practiced in past centuries, one is usually very ignorant about those which are practiced in our own time... [Literature] makes us imagine a number of events as possible, and those who regulate their behavior by the examples they find in books are apt to fall into the extravagances of knights of romances I esteemed eloquence most highly and I was enamoured of poesy, but I thought that both were gifts of the mind rather than fruits of study... Most of all I was delighted with mathematics because of the certainty of its demonstrations and the evidence of its reasoning; but I did not yet understand it's true use.. I honored out theology and aspired as much as anyone to reach to heaven, but having learned to regard it as a most highly assured fact that the road is not less open to the most ignorant than to the most learned, and that the revealed truths which conduct thither are quite above our intelligence, I should not have dared to submit them to the feebleness of my own reasoning... Philosophy... seeing that it has been cultivated for many centuries by the best minds that have ever lived, and that nevertheless no single thing is to be found in it which is not a subject of dispute, and in consequence which is not dubious, I had not enough presumption to hope to fare better there than other men had done..." (Discourse de la Méthode, 1637) Gedurende deze crisis trok Descartes zich enige tijd terug in het stadje St. Germain, waar hij zijn mentale inzinking in eenzaamheid doorstond. Of deze episode slechts gezien moet worden als een identiteitscrisis van een overmatig geschoolde jongeman die nodig zijn horizon eens moest verbreden, dan wel, zoals sommige commentators beweren, tekenen vertoonde van lichte schizofrenie waarbij 'depersonalisatie' en de waarneming van mensen als machines, beroofd van emoties kenmerkend is, een visie die terug te vinden is in Descartes' latere dualisme is onduidelijk. Zeker is dat Descartes sinds deze 'bezinning' zijn hele leven eenzaamheid zou prefereren boven gezelschap, zijn eigen ideeën boven die van anderen en een sceptische kijk op de wereld, kennis en het waargenomene ontwikkelde die zou uitmonden in zijn 'methode'.
Openbaringen In 1618 gaf Descartes zijn zelfgekozen isolement op om - zoals het in die tijd een man van zijn stand betaamde ofwel soldaat te worden ofwel geestelijke - toe te treden tot het leger. Deze toetreding tot de wereld van het gewone volk diende tevens om na te gaan of de wereld van de praktische ervaring hem meer zekerheid zou bieden dan de ivoren toren van de wetenschap. Puur omwille van nabijheid en ondanks zijn katholieke achtergrond, meldde Descartes zich aan bij het protestantse leger van prins Maurice van Nassau dat op dat moment gekwartierd was in Breda. Alhier maakte Descrates kennis met de wiskundige Isaac Beeckman, die hij staande hield om een wiskundig vraagstuk dat uitnodigend op een publieke muur was bevestigd, voor hem te vertalen daar Descartes het Vlaams niet eigen was. Binnen enkele uren loste Descartes het geometrische probleem op een warme vriendschap ontstond tussen hem en Beeckman, die voor enige tijd de rol op zich nam die Mersenne enkele jaren eerder had vervuld. Beeckman wist Descartes' intellectuele interesses te doen herleven tot ook hij ontboden werd en Descartes opnieuw alleen achterbleef. Inmiddels was het Descartes duidelijk dat de mannen van de praktijk niet meer wijsheid kenden dan die van de wetenschap en zeker niet gelijkgestemder waren. Daar Descartes geen reden meer zag om in Breda te blijven, besloot hij het leven eens van de andere kant te bekijken en zich aan te sluiten bij de katholieke strijdkrachten van Maximiliaan I te Bavaria. In plaats van rechtstreeks naar zijn nieuwe standplaats te reizen, trok Descartes via Noord-Duitsland en Polen. Tijdens deze reis had Descartes een plotseling inzicht. De legende wil dat Descartes gedurende een van zijn ochtendlijke meditaties tussen de lakens de vlucht van een vlieg lag te bestuderen toen hij zich realiseerde dat de positie van de vlieg te allen tijde precies gedefinieerd kon worden door drie cijfers, namelijk de afstand van de vlieg tot twee muren en het plafond. Generaliserend betekende dit dat elk willekeurig punt op vergelijkbare wijze gedefinieerd kon worden middels de numerieke afstanden tot willekeurige lijnen of vlakken en ook geometrische curven zouden op die manier beschreven kunnen worden. Ofwel, Descartes had een manier gevonden om de voorheen gescheiden disciplines van geometrie en algebra te verenigen en integreren. Hiermee had hij zijn eigen bezwaar tegen de wiskunde, namelijk dat deze wetenschap praktisch nut ontbeerde, opgeheven. Descartes' 'methode' van eeuwige twijfel Bij aankomst in herfstig Bavaria besloot Descartes zijn soldaatschap uit te stellen tot de lente en zich over te geven aan een periode van intense 'meditatie'. De grote vraag waarmee hij zijn hersenen geselde was hoe de overige wetenschappen tot eenzelfde zekerheid van resultaten zouden kunnen komen als de wiskunde. Wederom nam zijn twijfel aan alle kennis obsessieve en angstaanjagende proporties aan, totdat twee inzichten hem het pad naar de formulering van zijn 'methode' wezen. Zijn eerste inzicht betrof de gedachte dat het werk van meerderen vaak minder perfect is dan het werk van een enkeling. " I thought that the sciences found in books in those at least whose reasonings are only probable and which have no demonstrations, composed as they are of the gradually accumulated opinions of many different individuals do not approach so near to the truth as the simple reasoning which a man of common sense can quite naturally carry out respecting the things which come immediately before him." (Discourse de la Méthode, 1637) Deze gedachte vormde voor Descartes voldoende aanleiding om toe te geven aan zijn neiging tot eenzaam onderzoek, de 'verwaande' expertise van zogenaamde autoriteiten aan zijn laars te lappen en slechts nog gehoor te geven aan zijn eigen opvattingen en verstand. Het tweede inzicht betrof de basis van de wiskundige wetenschap; middels een klein aantal evidente en onomstotelijke axioma's kon men komen tot ingewikkelder doch eveneens onomstotelijke theorema's. Eenzelfde systematische manier van redeneren zou de andere wetenschappen ten goede komen, zo meende Descartes. De manier om tot de axioma's van de overige wetenschappen te komen was volgens hem systematische twijfel; de enige weg naar zekerheid was de route van de niet-aflatende twijfel om dan als axioma aan te nemen alleeen dat wat onbetwijfelbaar blijkt. Alles goed en wel maar hoe kon hij zich ervan verzekeren dat zijn methode van systematische twijfel daadwerkelijk zou leiden tot het vinden van onomstotelijke waarheden? In de memorabele nacht van 10 november 1619 droomde Descartes van een boek met de tekst 'welk pad in dit leven zal ik bewandelen?'. Een vreemdeling kwam langs en sprak over een gedicht dat begon met de woorden 'ja en nee'. Toen verdwenen de man en het boek maar het boek kwam terug, geheel vernieuwd en nu voorzien van prachtige gravures. Descartes interpreteerde de verschijning van het vernieuwde boek als een zegenwens voor zijn nieuwe ideeën; als hij deze zou volgen zonder zich iets aan te trekken van de autoriteiten, dan zouden grootste resultaten het gevolg zijn (een interpretatie die later door Sigmund Freud, zoals we weten autoriteit op het gebied van de droomduiding, als 'niet onredelijk' werd bestempeld). In de navolgende jaren werkte Descartes zijn methode uit in het nooit voltooide werk 'Rules for the direction of the mind'. Hierin schreef hij onder meer dat de elementaire axioma's moesten voldoen aan de eisen der 'zuiverheid' ofwel, onmiddellijk door de ervaring gegeven en 'distinctie' ofwel, niet vatbaar voor verdere analyse of twijfel. In 1628 had Descartes echter nog steeds niets gepubliceerd en hij was een onbekend personage totdat hij overvallen door moed het woord nam bij een scheikundelezing die gegeven werd door een zekere Chandoux. Hoewel het publiek onder de indruk was, waren Chandoux's ideeën onacceptabel voor Descartes omdat deze wellicht wel zuiver waren maar zeker niet distinct. Descartes kritiek maakte indruk op een invloedrijke kardinaal die zich eveneens onder het publiek bevond. Deze drong er bij Descartes op aan zijn ideeën te publiceren maar ondanks deze sterkende ervaring, maakte Descartes maar weinig progressie. Het Parijse leven leidde hem af en hij besloot naar Nederland te verhuizen waar hij twintig jaar zou verblijven en zijn anonimiteit waarborgde door in die periode vierentwintig keer te verhuizen en zelden een nazendadres achter te laten. Uiteindelijk rondde hij in 1633 een lang, in Frans geschreven manuscript af met de titel 'Le Monde' waarin zowel zijn ideeën over natuurkunde als fysiologie aan de orde kwamen. Net echter toen Descartes zijn werk naar de drukker wilde brengen, vernam hij het nieuws dat Galileo veroordeeld was door de inquisitie wegens zijn ondersteuning van Copernicus' idee dat niet de aarde maar de zon het middelpunt van het universum was. Descartes onderschreef in 'Le Monde' eveneens dit wereldbeeld en hoewel hij in het Protestantse Nederland niet bang hoefde te zijn voor vervolging, besloot hij toch 'Le Monde' achter te houden daar hij, als katholiek, wilde voorkomen dat zijn werk aan de katholieke universiteiten geen gehoor zou vinden.
Het cogito Na 'Le Monde' spendeerde Descartes vier jaar aan het schrijven van verschillende verhandelingen over optiek, meteorologie en geometrie, alle onderwerpen die hij kon behandelen zonder zijn visie op de constellatie van het universum prijs te geven. In 1637 publiceerde hij deze werken samen met de biografisch getinte verhandeling over zijn methode 'Discourse de la Méthode pour bien conduire sa raison et chercher la vérité dans les sciences'. Net als Galileo publiceerde Descartes in zijn moedertaal in plaats van het gebruikelijke Latijn, waarmee hun werk bereikbaar was voor het grote publiek en zij meewerkten aan de democratisering van de wetenschap. In 'Discourse de la Méthode' beschreef Descartes de methode van de systematische twijfel en zette zijn gehele gedachtegang uiteen. Zo schreef hij dat in de eerste instantie alles voor twijfel vatbaar leek, en dat het best kon zijn dat de zaken die hem zuiver en distinct voorkwamen, illusies waren of zich slechts als zodanig aan ons voordoen door de wellicht gebrekkige opbouw van onze zintuigen. Uiteindelijk leidde al dit twijfelen echter tot één idee dat onomstotelijk waar leek te zijn: "Finally, as the same percepts that we have when awake may come to us when asleep without their being true, I decided to suppose that nothing that ever entered my mind was more real then the illusions of dreams. But I soon noticed that while I thus wished to think everything false, it was necessarily true that I who thought so was something. Since this truth, I think, therefore I am, of exist, was so firm and assured that all the most extravagant suppositions of the skeptics were unable to shake it, I judged that I could safely accept it as the first principle of the philosophy that I was seeking." (Discourse on Method, 1637)
Ofwel: hij kon alles in twijfel trekken, zelfs zijn zintuigen, het bestaan van zijn lichaam en de fysieke wereld, behalve de realiteit van zijn eigen twijfelende geest. Dit cogito van Descartes was op zich niet nieuw. St. Augustinus (354-430 na Chr.) had al geschreven "If I am deceived, I exist" en Parmenides (475 v. Chr.) "for it is the same thing to think and to be". Na Descartes werd de introspectieve manier van werken, het bekijken van de producten van de geest én de geest zelf, echter gemeengoed in de filosofie. Na zijn eerste axioma te hebben geformuleerd, boog Descartes zich over de vraag hoe het kan dat bepaalde concepten, bijvoorbeeld 'de geest', ondanks dat deze nooit (in hun geheel) worden waargenomen, toch volkomen zeker zijn. Net zo konden concepten als 'werkelijkheid', 'perfectie' en 'oneindigheid' nooit volledig worden waargenomen. Descartes was van mening dat deze concepten, onafhankelijk van maar mogelijk wel opgewekt door ervaring, het product zijn van het denken zelf, waarna hij deze concepten 'aangeboren' noemde. Descartes wordt dan ook wel een rationalist genoemd omdat in zijn filosofie de rede fundamenteler is dan de zintuigelijke ervaring, dit in tegenstelling tot de empiristische filosofie waarbij er vanuit gegaan wordt dat de geest voortkomt uit of een product is van zintuigelijke ervaring en er geen ideeën bestaan zonder referentie naar de werkelijkheid zoals die tot ons komt via de zintuigen. Ook heet Descartes wel een nativist te zijn daar hij aangeboren ideeën veronderstelde. Mechanisering en materialisering Net als het cogito was Descartes dualisme, de scheiding tussen lichaam en geest, op zich niet nieuw. Descartes breidde het dualisme echter uit. Zo formuleerde hij een interactief dualisme waarbinnen veel belangrijke karakteristieken niet tot een van de twee entiteiten toegeschreven kunnen worden, maar het product zijn van de interactie tussen beide. Zo zou een geest zonder lichaam slechts toegang hebben tot de aangeboren ideeen. Het lichaam verrijkt dus de geest door (materiele) ervaringen en de geest voorziet het lichaam van rationaliteit en de vrije wil. Tevens ging Descartes veel verder dan zijn voorgangers in de mechanisering van de mens door vermogens van de mens die tot dan toe toegeschreven waren aan de geest denk aan geheugen, leren, voorstellingsvermogen en 'gezond verstand' als eigenschappen van het lichaam te beschouwen. Veel tijdgenoten waren dan ook van mening dat Descartes 'de christelijke geest had geëlimineerd' daar de enige eigenschap die Descartes met zekerheid toeschreef aan de geest niet onsterfelijkheid was maar het bewustzijn of het vermogen te denken.
Het menselijk lichaam werd volgens Descartes, net als het lichaam van dieren, in beweging gezet middels een soort pijpleidingensysteem waardoor levenssappen stromen die het geheel op mechanische wijze sturen door stromen te doen aanzwellen, kleppen te openen en niveaus te doen stijgen of dalen. De geest en het lichaam interacteren doordat de geest, die het lichaam bijstuurt vanuit de pijnappelklier, een medierende rol speelt in gedrag. Hoewel het lichaam dus zonder geest machinematig kan werken dieren zijn daarvan het levende bewijs maakt de toevoeging van de geest het gedrag bewust en tot op zekere hoogte rationeel en vrijwillig. Middels de pijnappelklier kan de geest de stromen van de levenssappen enigszins richten en versterken of verzwakken. De geest is echter niet altijd succesvol in het sturen van gedrag. Bij sterke emoties, bijvoorbeeld woede, is de mechaniek van het lichaam sterker dan de moraal van de geest en wordt toch geslagen of gedood ook al is de mens zich geestelijk bewust van de immoraliteit van deze handeling. Ofwel: de stroom van levenssappen is dan zo sterk dat beïnvloeding via de klier niet leidt tot voldoende bijsturing en het lichamelijke het wint van het rationele. De geest en het lichaam zijn volgens Descartes dan ook in een voortdurende machtstrijd verwikkeld waarbij de rationele geest het bandeloze lichaam onder controle probeert te krijgen. De laatste jaren In 1641 publiceerde Descartes 'Méditations métaphysiques' en in 1644 'Principes de philosophie', twee werken die tot zijn afschuw controverse ontlokten en die verbannen werden van verschillende universiteiten omdat ze atheïsme zouden promoten en een leven als vrijdenker. Hoewel Descartes in zijn methode wel een soort antiautoritaire houding predikte, wilde hij zelf tegen elke prijs voorkomen dat hij verketterd of verstoten zou worden. In 1649 publiceerde hij nog 'Passions de l'âme' maar de rest van zijn gedachten bracht hij niet naar de drukker. Wel uitte hij zijn denkbeelden in zijn vele brieven. Ook met de Zweedse koningin Christina onderhield hij een intellectueel getinte correspondentie en toen zij hem in 1649 vroeg naar Zweden te komen om in haar residentie te vertoeven, gaf Descartes zijn lang gekoesterde anonimiteit op voor een leven aan het hof. Vanaf het begin bleek deze beslissing ellendig daar Descartes gevraagd werd een deel van zijn kostbare tijd te besteden aan het schrijven van verzen die onderdeel uitmaakten van de theaterstukken waarin Christina's bekwaamheden en verdiensten werden geroemd. Tevens eiste de koningin dat haar filosofielessen 's ochtends om vijf uur zouden aanvangen. Plots was Descartes genoodzaakt zijn warme bed waarin menig geniale gedachte tot hem was gekomen, voor dag en dauw te verruilen voor de bitterkoude Zweedse winter en aldus zijn gewoonte, die hij geroemd had om de positieve geestelijke en lichamelijke gevolgen, op te geven. Al enkele maanden na zijn aankomst kreeg Descartes longontsteking en op 11 februari 1650 stierf hij aan de gevolgen.
Hoewel veel van Descartes veronderstellingen onjuist bleken bijvoorbeeld de prominente rol van de pijnappelklier, het hydraulische systeem dat het lichaam in beweging zet, de basale elementen vuur, lucht en aarde waaruit het hele universum zou zijn opgebouwd, en zijn denkbeelden betreffende de werking van de optiek - hebben al deze ideeën wel aanleiding gegeven tot vruchtbaar onderzoek. In de psychologie zijn Descartes' ideeën bijvoorbeeld terug te vinden in de behavioristische stroming waarbinnen de rol van de geest tot een minimum werd beperkt en veel 'geestelijke' eigenschappen vertaald werden in ketens van stimuli en (automatische) responsen. Ook zien we de voortdurende strijd tussen het basale en lichamelijke en het morele en rationele terug in Freud's model van de mens. Sofie van der Sluis