WB artikelen  Mevrouw ten Brakel
Aflevering: Mevrouw ten Brakel in een penibele situatie
 
Auteur:
S. Duwel
Categorie:
Rubriek
Datum:
Juni 2005

Eigenlijk moest mevrouw ten Brakel al een beetje toen ze van huis ging. Maar ze was nogal laat en ze had haar jas al aan. Dus haastte ze zich de deur uit.
        Mevrouw ten Brakel had sinds kort het boodschappenschema afgeschaft omdat ze de meneer die ze ooit bij de zuivelafdeling van de Spar was tegengekomen en die ze stiekem had geprobeerd nog eens te ontmoeten, daar nooit meer had gezien. Het was een onbewuste gewoonte geweest, het steeds maar weer dralen bij de zuivelafdeling. Net als het afschaffen van het boodschappenschema. Maar waarschijnlijk was dit laatste wel de reden dat ze vandaag ineens zo verschrikkelijk veel boodschappen moest halen. Echt alles leek bijna op. Want mevrouw ten Brakel haalde altijd alles nieuw wat voor driekwart op was. Zodat ze nooit zonder iets kwam te zitten. Want daar had mevrouw ten Brakel een bloedhekel aan, misgrijpen.
        Maar nu moest ze dus verschrikkelijk nodig. En ze was nog ontzettend ver van huis. Ze had wel vier boodschappentassen bij zich. Vier zware tassen vol met boodschappen. En niet alleen spullen die thuis voor driekwart op waren, maar ook allerlei dingen die ze eigenlijk nooit kocht. Mevrouw ten Brakel was in de Spar ten prooi gevallen aan een ware aanval van koopwoede. Hoe dit kwam wist ze niet. Misschien van de zenuwen. Omdat ze eigenlijk dus tijdens het hele proces van boodschappen doen al moest. En daar werd mevrouw ten Brakel nu al haar hele leven lang zenuwachtig van: moeten plassen terwijl je niet naar de wc kan.
        Met korte dribbelpasjes stipstapte mevrouw ten Brakel zo snel als ze de boodschappen kon dragen over straat. Maar ze zou haar huis nooit halen. Dat wist ze. Ze kreeg al buikpijn en af toe duizelde het haar van ellende. Ze moest ergens plassen. Ergens anders dan thuis. En dat wilde mevrouw ten Brakel niet. Dat vond ze vies. Zelf maakte ze twee keer per dag haar wc schoon. Met dikke bleek en altijd een schoon doekje. Maar ze wist dat anderen mensen het vaak niet zo nauw namen als zij. Ze had zelfs wel eens ergens gelezen dat sommige mensen het maar één keer per week deden. Daar dacht mevrouw ten Brakel maar liever niet aan, het deed haar rillen van afschuw. Op het moment dat ze deze gedachte van zich af probeerde te schudden, kwam ze langs Van Dijck, een bruin café waar zich dagelijks een vaste clientèle aan zelfkantdrinkers en andere niets zinnigs willen doende types ophield. Ze dacht niet na, als ze dat zou doen zou het sowieso verkeerd aflopen, en liep naar binnen.
        “Waar is het toilet?” hijgde mevrouw ten Brakel.
        “Zonder halen geen brengen,” riep de barman die je in dit geval een kastelein zou willen noemen olijk. Mevrouw ten Brakel keek de kastelein verward aan. Ze liet de tassen op de grond zakken en hipte van de ene op de andere voet. De aanwezige klanten, die haar aangaapten of schaapachtig zaten te grinniken zag ze niet. Ze wilde alleen maar plassen.
        “Pardon?” mompelde ze paniekerig.
        “We kennen hier geen wildplassers hebben, mevrouwtje. Als je een drankie bij me haalt, mag je naar de plee brengen wat je wilt.” Mevrouw ten Brakel keek de kastelein aan met een blik die, als blikken konden doden, hem genadeloos van het leven had benomen.
        “Een Famous Grouse,” zei ze ferm. De kastelein strak in de ogen kijkend, wachtte ze op zijn verlossende woorden. Die kwamen niet, maar er kwam wel een verlossend knikje. Richting de toiletten. Mevrouw ten Brakel holde erheen. Opgelucht bij het idee dat ze nu elk moment van haar kwelling verlost kon zijn. Ze opende de deur van het damestoilet en wat ze toen zag, schokte haar hevig. Op de bril lagen druppels, op de stortbak zaten vlekken van onbekende herkomst, de vloer was vochtig en wc-papier niet aanwezig. Mevrouw ten Brakel raakte in paniek. Door de wetenschap dat ze bijna van haar nood verlost zou worden, was ze nu nauwelijks meer in staat haar plas op te houden. Even leek het alsof het gewoon zou komen. In dit moment trok mevrouw ten Brakel de deur van het herentoilet open. Dit gebeurde in een waas van de eerder genoemde pure paniek, want plassen in een herentoilet zou normaalgesproken niet in mevrouw ten Brakel opkomen. Toen ze de twee pisbakken zag, de penetrante urinelucht rook en het geluid van een kakkende en daarbij niet zachtzinnig kreundende en steunende man achter de deur van het zittoilet vandaan hoorde komen, trok ze de deur met een harde klap dicht. Ze beende het café weer in. Haar paniek had plaatsgemaakt voor woede.
        “Een stelletje ontstellend vieze smeerpijpen zijn jullie!” krijste mevrouw ten Brakel zonder iemand in het bijzonder aan te kijken, want ze keek naar haar boodschappentassen. Ze viste er een pakje latex handschoenen uit, die ze bij de apotheek had gekocht omdat die bij het poetsen veel handiger waren dan die ondingen van een afwashandschoenen, greep naar een fles Cif waarvan ze nog steeds niet begreep waarom het geen Jif meer heette, en roste een pakje witte schoonmaaklapjes met gekleurde streepjes uit de tas.
        “En dan zal je natuurlijk verdorie net zien dat ik geen dikke bleek bij me heb!” riep mevrouw ten Brakel, wederom tegen niemand in het bijzonder. “Maar dit lukt me ook wel. Ik plas wel op een stukje wc-papier,” brieste ze, terwijl ze een pak Edet toiletpapier tussen de boodschappen vandaan rukte. De mensen keken haar vanaf al naar gelang de plek waar ze zaten van alle kanten geschrokken aan. Schele Arie keek van de weeromstuit een paar seconden recht. Maar dat had mevrouw ten Brakel allemaal niet in de gaten, die was al onderweg naar de toiletten.
        “Ze trok de handschoenen aan en begon als een bezetene de twee damestoiletten te poetsen met een emmer warm water die ze uit een washok had gehaald dat zich naast de toiletten bevond en waarin ze een flinke scheut Cif had gedaan. Ze poetste, schrobde, boende en toen de toiletten weer stralend, blinkend en frisriekend waren, stevende ze bijna in een doorlopende beweging naar de herentoiletten, maar de plasdrang won het van haar schoonmaakdwang. Plassen! Ze moest nog steeds verschrikkelijk plassen. Mevrouw ten Brakel griste het pak Edet mee en wierp een sliert wc-papier op de bril. Eindelijk. Ze zat. Een eindeloze plas kon haar nu dan toch ontsnappen. En toen ze daar zo zat, voelde mevrouw ten Brakel zich ineens heel gelukkig. Niet per se omdat ze nu eindelijk kon plassen, maar meer omdat het leek alsof haar leven de laatste tijd meer zin had gekregen. Waar dit precies aan lag, wist ze niet, maar dat het haar beviel, dat wist ze wel zeker. En dat zorgde ervoor dat ze er helemaal niet tegenop zag om terug de bar in te gaan, waar al die enge, vieze mannetjes zaten. Sterker nog, ze liep linea recta op de Famous Grouse af, die de kastelein op de bar had gezet, sloeg deze in één keer achterover en keek eens rustig rond.
        “De Cif mogen jullie houden,” zei ze droog voordat ze haar boodschappentassen optilde en tevreden de deur uitliep. Ze hoorde nog net hoe schele Arie haar nariep:
        “Bedankt! Kom je nog eens terug?”

Simone Duwel
 
  >>> PRINT dit ARTIKEL
  >>> Andere ARTIKELEN in deze CATEGORIE
  >>> Meer stukken van deze AUTEUR >>> Begin een DISCUSSIE over dit ARTIKEL
>>> Stuur MAIL aan de REDACTIE >>> Stuur MAIL aan deze AUTEUR >>> MAIL dit ARTIKEL door
WB magazine
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm, print, digitale duplicatie, verspreiding op het Internet of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de redactie.